Wie ben ik als journalist?

Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden, zo uit mijn hoofd. Ik denk dat ik in meerdere opzichten een breed georiënteerde journalist ben. Daarmee bedoel ik twee dingen.

Ten eerste vind ik dat ik een brede interesse heb. Ik vind het net zo leuk om te lezen of schrijven over buitenlandse politiek als dat ik bij de buurvrouw langs ga voor een verhaal over haar nieuwe breiclubje. Dit is een verzonnen voorbeeld, maar ligt niet heel ver weg van mijn daadwerkelijke activiteiten in de journalistieke wereld tot nu toe.

Ik schrijf inmiddels al vier jaar voor de Bergen op Zoomse Bode, een huis-aan-huisblad dat twee keer per week wordt geleverd. Voor die krant schrijf ik verhalen. De onderwerpen zijn heel divers. Een mooi voorbeeld daarvan maakte ik vorig jaar in de zomer mee. Op één dag mocht ik op pad voor een verhaal over een nieuw autobedrijf en een artikel over een man die in een juridische strijd verwikkeld was over een bedrijfsongeval. Nogal diverse thema’s. Ik vond het geweldig om te doen, juist omdat de onderwerpen zo ver uit elkaar liggen.

Daar komt tegenwoordig nog bij dat ik schrijf voor de onlineredactie van het Brabants Dagblad, waarbij ik me in artikelen vaak bezig houd met Brabants nieuws. Vaak gaat dat om ongelukken of politieberichten, zoals ook in mijn onderzoek aangegeven wordt, maar het gaat ook om beslissingen van Gedeputeerde Staten of van de verschillende gemeenten.

En zoals inmiddels wel duidelijk is aan de hand van mijn productie voor het afstuderen, ben ik ook een wielerfan en volg ik verdere sport ook. Tijdens het derde jaar van de opleiding heb ik me ook gericht op sport, maar weet eigenlijk nog niet zeker of ik daar iets meer mee wil gaan doen in mijn werk.

Ten tweede denk ik dat ik breed georiënteerd ben in het soort werk dat ik doe. Ik schrijf nu voor online en de krant en dat bevalt me prima. Ik hou wel van de subtiele verschillen in de soorten verhalen en hoe je dingen wegzet. Voor de krant hou ik me ook bezig met beeld, wat redacteuren zijn zelf verantwoordelijk voor foto’s bij hun verhalen. Ook hierop heb ik me gericht tijdens mijn derde jaar in het blok fotografie.

Verder vind ik mezelf een knokker. Ik denk dat dit het enige is waar ik zeker van ben als het over mezelf gaat. In de afgelopen vierenhalf jaar opleiding aan de FHJ, ben ik vijf keer aan mijn rechterbeen geopereerd in verband met botkanker. Niet veel mensen op de FHJ weten ervan en dat komt omdat ik vaak in overleg met slechts één of twee docenten regelde dat ik mijn projecten gewoon kon volgen. Ik zorgde wel dat wat ik leverde op orde was en paste bij de eisen. Beste voorbeeld hiervan komt uit het tweede jaar. In de overlappende weken van mijn buitenland project en de mediaredactie werd ik geopereerd. Ik heb toen met Simon Knopper gesproken over hoe we dat gingen oplossen. Ik heb drie weken van dat tien weken durende project gemist. Toch voldeed mijn werk aan alle eisen die staan voor tien weken productie. Sterker, ik heb meer geschreven in die zeven weken dat anderen in de volle tien.

Verder weet ik niet goed wat hier nog bij zou moeten en laat ik liever anderen oordelen over hoe ik werk en hoe ik als journalist en redacteur ben. Daarom voeg ik hier de tekst toe van de beoordeling die Harmen Groenhart en Roy Mevissen hebben geschreven voor mijn co-schap van vorig jaar en daarna de beoordeling van mijn stage van vorig jaar door Annemarie Rijkers op basis van opmerkingen van Nancy de Goey.

“Je reflecteert op jouw eigen handelen. Tijdens de vergadering al. Je bent kritisch, je bent kordaat. Je laat stiltes vallen. Raakt non-verbaal geïrriteerd als er weer zo’n onzinverhaal gelanceerd wordt (niet qua invalshoek, wel wanneer er vrijelijk geciteerd wordt uit het grote smoezenboek). Je was leergierig, je was een tijger, je was kritisch, je was nadrukkelijk aanwezig. Streng, maar rechtvaardig. Perfectionistisch, zoals jezelf zei. Met maar een doel voor ogen: de verhalen moesten body hebben.”

“Je hebt op de onlineredactie van het Brabants Dagblad naar volle tevredenheid als volwaardig werknemer gefunctioneerd en was naar het oordeel van je praktijkbegeleider ‘een aanwinst als collega en als mens’.”

Daar ga ik niks meer aan toevoegen, want beter worden de omschrijvingen niet denk ik.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *