‘Onze volkscultuur mag niet verloren gaan’

Ik ben Bergen: Ferd Quik

Ferd Quik geniet in zijn achtertuin nog na van de Brabantse Stoet.

BERGEN OP ZOOM – ‘Je hoeft hier niet geboren te zijn om hier vandaan te willen komen.’ Het zijn gevleugelde woorden die ooit zijn opgetekend door de Antwerpse dichter Bert Bevers. Maar wie zijn die mensen dan die hier zo graag ‘vandaan willen komen’? In de serie ‘Ik ben Bergen’ ga ik op zoek naar het Bergs DNA. Wie woont hier, wat zijn hun verhalen en wat zijn hun dromen. Vandaag een bezoekje aan een van de drijvende krachten achter de Brabant Stoet; Ferd Quik.

Het zal geen Bergenaar zijn ontgaan, maar 16 september stond er een extra grote optocht op het programma. De binnenstad was compleet afgezet voor de Brabant Stoet. Volkscultuur uit heel Brabant kwam samen om de vele toeschouwers te vermaken. Die toeschouwers konden een middag lang genieten van kunst, cultuur en straattheater, maar daar zat wel bijna vier jaar aan voorbereiding achter.

Het idee voor de stoet kwam uit de hoed van Ferd Quik. “Vier jaar geleden was er een bijeenkomst voor de commissaris van de koning, Wim van de Donk. Daar mocht ik vertellen over wat onze vrijwilligers in Bergen allemaal presteren en doen als het gaat om volkscultuur. Daar waren ze ontzettend van onder de indruk.” Ferd ging met dat enthousiasme aan de slag en kwam met het idee voor de stoet. In een jaar tijd waren de eerste stappen gemaakt. “Toen had ik draaiboeken en de hele santekraam rond.” Er moest namelijk nogal wat geregeld worden. “We moesten 2.500 mensen ontvangen in onze stad. Die moesten eten en drinken, geschminkt worden, opstellen; dat is allemaal perfect verlopen.”

Met die stoet had Ferd een duidelijk doel voor ogen. “Laten zien wat al die vrijwilligers in Brabant presteren op een bijna professioneel niveau als het gaat om volkscultuur. Dat doen wij met onze optocht natuurlijk, maar dat doen ze in Zundert en Valkenswaard met hun corso’s ook en in Heeze bijvoorbeeld met de Boerendagen. Dat is zo knap, daar mag en moet meer aandacht voor komen, want die mensen staan financieel onder druk. Ze kunnen uiteindelijk niks zonder geld, dus wij wilden laten zien wat we in huis hebben, in de hoop dat de steun voor al deze creatieve mensen ook groter wordt.”

Of dat gelukt is, moet de komende jaren blijken. Voor nu is belangrijk dat de tocht een succes was. “De mensen langs de kant hebben genoten. Dat is het allerbelangrijkste. En ze hebben meer geleerd over de Brabantse volkscultuur, ook door de tentoonstelling in de Sint-Gertrudiskerk.” Het publiek was tevreden, toch zat er voor Ferd een klein smetje op de dag. “De stoet moest een bewegend schilderij zijn, waarbij iedereen de tijd en ruimte had om een klein showtje te geven, maar wel terwijl ze bleven lopen. Dat ging mis. Clubjes stopten en voor je het weet heb je gaten. Daar kan ik me echt boos om maken. Maar als iedereen genoten heeft, misschien moet ik me er dan minder druk om maken en het laten gaan.”

De Brabant Stoet was eenmalig, of niet? “Je zou het eens in de tien jaar misschien kunnen en moeten doen. Maar ieder jaar is niet te doen.”

Wat vindt u mooi aan Bergen op Zoom en wat zou u willen veranderen?
“Ik vind het heel mooi en goed dat hier heel veel aandacht is voor cultuur. Maar ik zou willen dat er meer aandacht en hulp was voor onze volkscultuur. Het is heel belangrijk dat dat niet verloren gaat. Dat kan alleen als die cultuur nog breder gedragen wordt, ook financieel. Sponsoren van de Brabantse Stoet waren onder de indruk van wat al die vrijwilligers iedere keer weer voor elkaar krijgen. Daar moeten we nu de revenuen van pakken.”

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *