Onderzoek JS: Is de wielerjournalistiek verouderd?

Inleiding:

De laatste jaren heeft de wielerjournalistiek nogal wat klappen om de oren gehad. Dat had veelal te maken met de dopingpraktijken die zich, zogenaamd, onder de neus van de journalisten hebben afgespeeld. Het publiek en andere journalisten werd verweten dat ze teveel fan van de sport zijn en te weinig journalist. Verder is er ook een discussie ontstaan over het presenteren van de sport in de media. Zo sprak Maarten Ducrot openlijk in uitzendingen over de kritiek die er was op het veel te heroïsch vertellen over de wielersport. Daarnaast zijn er enkele of beter gezegd weinig ontwikkelingen in de vorm waarin de sport door de media wordt uitgedragen. Kortom, genoeg ruimte voor verbetering.

 

Aanleiding:

Persoonlijk hoop ik over enkele jaren, na het opdoen van wat meer ervaring in het werkveld, me wielerjournalist te kunnen noemen. De weg daar naartoe is nog lang en lastig, aangezien het niet velen is gegeven om zich daadwerkelijk iedere dag met die sport bezig te houden. Om mezelf toch een voordeel te geven op andere kanshebbers, vroeg ik me af wat en hoe ik me kan onderscheiden van de rest. Daaruit is ook mijn onderzoeksvraag ontstaan.

Is de huidige wielerjournalistiek verouderd?

Deze vraag is eigenlijk tweeledig, zoals later door mijn bronnen ook wel zal worden aangetoond. Ten eerste gaat het om ontwikkeling in genres en technieken om de sport anders in beeld te brengen. Daarnaast kan het ook gaan om de ontwikkeling van de journalist zelf. Zo uitte David Walsh[1] ooit kritiek over wielerjournalisten door te zeggen dat het ‘sportverslaggevers fans zijn met typmachines’. Om dat te veranderen is mogelijk ook een mentaliteitsverandering nodig.

Aan een hoofdvraag zitten natuurlijk enkele deelvragen vast.

  1. Wat zijn de ontwikkelingen die plaatsvinden op het gebied van journalistieke techniek bij de wielersport?
  2. Kunnen de ontwikkelingen in storytelling ook een aanvulling zijn op de huidige wielerjournalistiek?
  3. Werken andere genres of inzichten wel in de omschrijving van een sport die van nature neigt naar heldenverhalen?
  4. Moet er op een andere manier naar verhalen worden gezocht om ze ook anders te kunnen vertellen?

 

Aanpak:

Om tot een antwoord op mijn vragen te komen was research nodig. Al snel bleek echter dat naar mijn specifieke onderwerp weinig onderzoek is gedaan. Het was een te specifiek onderwerp. Toch bracht een eerste verkenning al een aantal zaken aan het licht, zoals een gebrek aan wielerblogs en een overdaad aan zogenaamde nieuwssites. Ook bleek uit het zoeken binnen media naar verhalen, dat er steevast voor dezelfde vormen werd gekozen. De TV heeft een rechtstreekse uitzending van de wedstrijden, voorzien van commentaar en enkele praatprogramma’s. Kranten en tijdschriften houden het bij interviews en wedstrijdverslagen.

Om tot een goed onderbouwd antwoord op de vraag te komen bleek ik dus de research wat breder te moeten trekken. In plaats van het richten op de wielersport specifiek, heb ik meer onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in sportjournalistiek. Een veel gebruikte term was daarbij storytelling en hoe dit gebruikt kan worden in de sportjournalistiek.

Een ander probleem waar ik tegenaan liep was de overdaad aan artikelen over hoe de wielerjournalistiek gefaald had omtrent het dopinggebruik. Vaak ontbrak echter de manier waarop het dan wel had moeten gebeuren. Na het toepassen van een strak filter op deze artikelen zijn er toch enkele punten naar voren gekomen, die ik in de bevindingen nader zal toelichten.

 

Bevindingen:

Ontwikkelingen in de wielerjournalistiek

Allereerst is er kritiek op de manier waarop verslag wordt gedaan. Zo zou er in het verleden te heldhaftig zijn gedaan over de prestaties van renners zoals Armstrong en daardoor zouden de betrokkenen zich nu belachelijk maken. De NOS kondigde eind 2012 aan de wedstrijden te blijven verslaan[2]. Enkele maanden later liet de NOS wel weten dat de toon zou worden gematigd. Als wielervolger heb ik vele wedstrijden bij de NOS gekeken en Maarten Ducrot hier vaak over horen praten. Hij kwam er openlijk voor uit dat hij dit lastig vond, aangezien hij de sport en heroïek onlosmakelijk met elkaar verbonden ziet.  Renaat Schotte[3] vertelt tegenover DeNieuweReporter dat ook hij dit problematisch vindt. Je kan volgens hem niet aan de ene kant een renner bewieroken voor zijn prestatie en aan de andere kant een kritisch rapport over die renner in beeld brengen.

Een andere ontwikkeling die met name het laatste jaar is ingezet is het gebruiken van nieuwe  technologische ontwikkelingen bij het uitzenden van wedstrijden. De ASO, organisator van onder andere de Tour de France, maakt dit jaar in de Tour gebruik van GoPro camera’s aan het stuur en zadel bij wielrenners. Hiermee wil de organisatie proberen om het publiek nog meer te betrekken bij de koers. Eind 2014 kwam naar buiten dat fabrikant GoPro[4] bezig zou zijn met het sluiten deals met wielerteams over het leveren van camera’s voor gebruik in de wedstrijd. Giant-Shimano, dit jaar Alpecin-Shimano genoemd, experimenteerde daar zelf al mee tijdens trainingen.

 

Storytelling

Katie Baker[5] schreef in 2011 een artikel voor de New York Times waarin zij het effect van storytelling op sportbeleving uitlegt. In het artikel, genaamd Giridron Girls, stelt zij dat American Football uitermate populair geworden is onder vrouwelijke kijkers en lezers door het gebruik van storytelling. Mannen kijken naar de sport en de wedstrijden, maar vrouwen , en in mindere maten ook mannen, zouden meer op zoek zijn naar een mooi verhaal achter de spelers.

In zijn boek Storycraft vertelt Jack Hart[6], eindredacteur en schrijfcoach bij de Oregonian, dat de wereld klaar is voor nieuwe journalistiek genaamd literaire fictie. Dat zijn waargebeurde verhalen die verteld worden als een roman, met kenmerken zoals spanning, opbouw in het verhaal en meeleven met een held.

De ideeën van Baker en Hart worden in Nederland uitgesproken door de heren Henk Blanken en Wim de Jong[7]. Zij schreven in 2014 het Handboek Verhalende journalistiek over de manier waarop kranten en tijdschriften zich kunnen onderscheiden door meer verhalende en toch feitelijk verhalen te vertellen aan het publiek.

 

 

Anders zoeken voor andere verhalen

Wessel Penning[8], Sportchef bij het AD, vertelt in het VVOJ-café begin 2013 dat hij sportjournalisten wil koppelen aan onderzoeksjournalisten. De reden daarvoor is dat het moeilijk blijkt voor sportjournalisten om kritische verhalen te schrijven over een wedstrijd, omdat ze er zo dicht bovenop zitten. Thijs Zonneveld, onder andere columnist bij het AD: “Je wordt al snel persoonlijk aangesproken op een kritisch verhaal.”

De noodzaak voor deze koppeling wordt eigenlijk door verschillende sportverslaggevers onderschreven in een artikel van DeNieuweReporter. Renaat Schotte[9]: “Zien, horen en zwijgen is net het credo van elke zichzelf respecterende journalist. Je vertelt of schrijft best niets dat je niet hard kan bewijzen. Geldt voor wielerjournalisten, politieke journalisten en bij uitbreiding alle journalisten.”

De NOS liet dus eind 2012 het wielrennen te blijven verslaan, maar begin 2013 werd aangekondigd dat de toon zou veranderen. Als reactie op dit nieuws sprak NCRV-radio met Jo Deferme[10]. Deferme is verantwoordelijk voor het wielrennen bij Sporza, de Belgische sportzender. In dat interview sprak  Deferme over dat hij geen team ter beschikking heeft om alles op te sporen, maar dat Sporza inmiddels wel gebruik maakt van een klein groepje journalisten die specifiek zoeken naar verdachte zaken. De reden dat Sporza dit niet grootschaliger aanpakt, komt volgens Deferme door een gebrek aan middelen.

 

Conclusie:

Een aantal zaken komt uit het onderzoek naar voren.

Nieuwe technieken

Het lijkt erop dat er binnen de wielerjournalistiek goed wordt gekeken naar de technologische ontwikkelingen en de journalistieke taak. Gebruik van sportcamera’s op het stuur om de sport mooier en anders in beeld te brengen en het aanpassen van commentaar om de sport realistischer over te brengen naar het publiek.

Storytelling:

Sportjournalisten kunnen op allerlei vlakken gebruik maken van storytelling om met hun verhalen het publiek meer te betrekken. Door literaire non-fictie wordt de lezer meer in een verhaal, of in dit geval een wedstrijd, gezogen. Storytelling kan de schrijfontwikkeling zijn die de GoPro voor het wedstrijdverslag is.

Onderzoeken:

Ook lijken de verschillende journalisten en betrokken media zich ervan bewust dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar de wielersport om ervoor te zorgen dat verhalen over doping eerder uitkomen. Daarvoor zet de ene journalisten speciaal op die taak en de andere legt een link tussen verslaggevers en onderzoekers.

 

 

 Discussie:

Een aantal van deze conclusies leveren wel tegenstrijdige gedachten op, zoals Storytelling tegenover geloofwaardigheid. Commentatoren moeten minder heroïsche verhalen vertellen over de wielersport, maar storytelling-experts proberen juist meer heroïek in sportverhalen te brengen. Je zou zelfs kunnen claimen dat op het gebied van storytelling de journalistiek juist voorloopt op andere sporten, door haar heldenepossen en meeslepende verhalen over de koers. Misschien dat dat vooruitlopen dan bij heeft gedragen aan het beeld dat mensen nu hebben van de wielerjournalistiek.

Verder lijkt de wielerjournalistiek niet verouderd op het gebied van technologische ontwikkelingen, want er wordt al gebruik gemaakt van nieuwe cameratechnieken om het publiek te binden. Wel kan gezegd worden dat er online een gebrek is aan nieuwe media of nieuwe genres waarin wielerverhalen worden gebracht.

Opvallend is ook de brede consensus over het nodig hebben van onderzoekende sportjournalisten. Deferme en Penning zoeken beiden naar een andere oplossing voor hetzelfde probleem. Het is echter afwachten om te zien of het wat oplevert, want het aantal dopingverhalen in het nieuws is niet meer of minder dan voor het uitkomen van het rapport over Armstrong. Dat kan zijn door minder dopinggevallen of doordat de journalisten het wederom niet kunnen  opsporen. Die laatste opmerking dient genuanceerd te worden door de woorden van Renaat Schotte: “Je vertelt of schrijft best niets dat je niet hard kan bewijzen.”

 

 

 Bronnenlijst:

 

 

[1] Pugh, Andrew(2012), David Walsh: It was obvious to me Lance Armstrong was doping

[2] Van Soest, Thijs(2012), NOS blijft wielrennen verslaan maar nooit zomaar kritiekloos, Volkskrant

[3] Pleijter, Alexander (2012) Het ontbreek de journalistiek aan slagkracht om doping op te sporen, De Nieuwe Reporter

[4] Duff, Alex(2013)GoPro in talks to fit cameras to Tour de France bikes

[5] Baker, Katie(2011) Giridron Girls, New York Times

[6] Hart, Jack (2011) Storycraft, University of Chicago Press.

[7] Blanken, Henk en De Jong, Wim(2014) Handboek Verhalende Journalistiek, Atlas Contact.

[8] Penning, Wessel en Zonneveld, Thijs (2013), VVOJ-café over de wielerjournalistiek

[9] Pleijter, Alexander (2012) Het ontbreek de journalistiek aan slagkracht om doping op te sporen, De Nieuwe Reporter

[10] Deferme, Jo(2013) Veranderingen verslaggeving wielrennen, NCRV-radio

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *