Mijn zoektocht naar de heroïek van Luik-Bastenaken-Luik

Het is 23 april 2016 en ik hang op de bank. Heel de dag. Waarom? Het is Luik-Bastenaken-Luik, de laatste van de voorjaarsklassiekers. Voor wie ik erbij moet zeggen dat het om wielrennen gaat; schaam je! Al jaren ben ik fan van deze sport waarin mensen zich in de vroege ochtend in weer en wind op een fiets hijsen en zich in een uur of zes tijd helemaal total loss rijden. Vroeger keek ik de finales, maar al een paar jaar ben ik zelfs verslaafd aan de uren gevuld met niets. Op Sporza beginnen José de Cauwer en Michel Wuyts zoals altijd al vroeg met speculeren, terugblikken, uitleggen en vooral veel verhalen vertellen.

Maar terug naar Luik. Of Bastenaken. Geen idee waar de renners precies zitten. Ergens in de Ardennen. Een groepje heldhaftige naïevelingen rijdt op kop. Waarom naïevelingen? Laat ik aan de niet-wielerfans even uitleggen hoe een klassieker verloopt. De renners starten en gedurende een uur knokken de mindere goden om een plek in de kopgroep. Die groep heeft de ondankbare taak om heel de dag kneiterhard te fietsen en uiteindelijk met lege handen naar huis te gaan. Want in het laatste gedeelte van de race worden ze roemloos voorbij gereden door de kopmannen.

Zo ook deze editie. En zodra de kopgroep is ingelopen door het pelotonnetje, begint het grote gokken. Waar rijd je als favoriet weg? Gok je op je sprint? Heb je nog knechten om druk te zetten? Wuyts en De Cauwer hebben genoeg om te roepen nu. Op de allerlaatste klim, redelijk vroeg al, rijdt er een groepje weg met Wout Poels. Het stille hopen dat Nederlanders al jaren doen, begint weer. Gaat een Nederlander een klassieker winnen? Het is een spel waarbij om en om geprobeerd wordt om de andere renners te lossen. In de laatste bocht gaat Poels vol aan. ‘Te vroeg!’, roep ik door de woonkamer en sla mijzelf voor het hoofd. Maar hij was niet te vroeg. Poels is zo sterk dat hij als eerste over de streep komt en Nederland wordt gek. Althans, zo zie ik het.

Mijn vader, net zo’n groot wielerfan, zit te morren in zijn stoel. Ik moet even uitleggen waarom mijn vader mort. Hij houdt van wielrennen. Is er verzot op. Volgt alles en kijkt alles en weet verschrikkelijk veel. Maar hij houdt vooral van het oude wielrennen. Toen ‘wij Nederlanders’ onderling bepaalden wie welke wedstrijd won. Tenminste, wanneer wielergod Eddy Merckx het toestond. Het hedendaagse wielrennen doet mijn vader minder en ik heb dan ook vaak discussies met hem over hoe goed of slecht de Nederlanders zijn. Het is verworden tot een spel waarin ik hem ermee pest wanneer een Nederlander iets gewonnen heeft en hij foetert dan dat het mazzel is. Allebei lachen we er hartelijk om.

Hij mort ook omdat wielerjournalisten over elkaar heen vallen om te zeggen hoe geweldig de prestatie van Poels is en hoe heroïsch zijn verhaal is. Niet dat hij het er niet mee eens is, maar hij plaatst alles in een historisch perspectief. Al snel volgen de woorden die mij zouden inspireren tot de zoektocht die jullie hier lezen. ‘Weet je wat heroïsch was? Hoe Hinault in 1980 won! Dat was koers! Dat was strijd! En dat was heroïek!’

En zo begon mijn zoektocht. Een zoektocht die uiteindelijk het verhaal vertelt van een wedstrijd van rond de 260 kilometer, dwars door een sneeuwstorm heen verreden, met langlaufende fans langs de kant en met een stad die er verlaten bijlag toen de meeste renners aankwamen.

Inhoud
Het verhaal dat hier volgt is er een met verschillende gezichten. Allereerst probeer ik een grove schets te maken van het wedstrijdverloop. Vervolgens doen een vriend en ik aan participerende journalistiek door zelf af te zien in de heuvels van de Ardennen voor een video. Daarna volgen de interviews met betrokkenen Kuiper, Lubberding en Van der Velde. Bij die laatste zijn stukjes audio in de tekst verweven. Tot slot werp ik een blik op de gevolgen van die dag, blessures door de kou maar ook voor de carrière van renners, voor zover dat mogelijk is.

Hierbij maak ik gebruik van verschillende typen verhalen, maar er lijkt daarbij geen sprake van verschillende genres. De reden daarvoor is, denk ik, het gebruik van zoveel mogelijk sfeer. Ik heb geprobeerd om de lezer in het verhaal te trekken en mee te nemen naar die wedstrijd en naar de gesprekken met de wielrenners. Door de constant aanwezige sfeerelementen lijkt geen sprake meer te zijn van verschillende genres, buiten het laatste verhaal over de gevolgen van de kou om. Daarbij wou ik bewust een onderzoeksverhaal neerzetten om de hele productie meer gewicht te geven.

Om toch aan te kunnen tonen dat ik ook een andere stijl van schrijven aan kan nemen, link ik hier door naar een productie die ik eerder dit jaar gemaakt heb voor mijn werk. Deze productie gaat over hoe mensen naar de kunstenaar Jeroen Bosch en zijn werk kijken. Hierbij maak ik gebruik van een hele andere stijl van schrijven die zich meer richt op het verklaren en uitleggen dan op gevoel en sfeer.

De longread is te vinden op http://braka.nl/jblongread/index.html

Tool
Alle verhalen zijn samengebracht in de Storymap-tool van Knightlab. Ik heb gekozen voor deze tool omdat ik er al wat ervaring mee heb door eerdere projecten en mijn werk bij het Brabants Dagblad. Zijn er andere en misschien wel betere tools op de markt? Dat zou zomaar kunnen. Je zou bijvoorbeeld eenzelfde productie kunnen maken in Prezi met andere mogelijkheden voor de vormgeving dan bij Storymap. Ik vond echter het routekaart idee voor deze productie een mooie symboliek aangezien ikzelf als afstuderend journalist op een reis was, maar ook omdat de renners op reis waren door het barre landschap. Daarbij zijn online een grote hoeveelheid tools te ontdekken met eenzelfde functie die net iets anders werken of net iets anders bieden. Het is echter onmogelijk om ze allemaal te beheersen en dus heb ik gekozen voor eentje die ik redelijk beheers.

Bij deze tool liep ik wel tegen het probleem aan dat hij niet gevoelig is voor de afmetingen van foto’s. Daardoor zijn de foto’s in een vorm gepropt. Helaas heb ik niet de beschikbaarheid over een groot aantal foto’s van deze renners en was ik afhankelijk van foto’s die rechtenvrij te gebruiken zijn en die waren niet in verschillende formaten beschikbaar. Dat zijn zaken die het geheel er mooier uit kunnen laten zien.

Tijd
Een andere zaak die belangrijk is in het beoordelen van deze productie is de tijd waarin het idee is ontstaan en de tijd waarin het idee is uitgevoerd. Na mijn stage, die afliep eind februari van dit jaar, begon het laatste project op de FHJ; O&I. Het was voor mij de bedoeling om dit project te combineren met werk voor het afstuderen en om in mei alles in te leveren en daarna af te studeren. Ik werd helaas geconfronteerd met het feit dat ik voor de zesde keer tijdens mijn opleiding geopereerd moest worden aan mijn been. Het idee voor de productie is wel destijds ontstaan, namelijk na de overwinning van Poels, zoals hierboven ook al beschreven staat. Ik heb er toen voor gekozen om niet in die periode af te studeren en alles te zetten op de volgende kans in november. De ideeën zijn wel blijven liggen en dus komt een verhaal over een voorjaarsklassieker nu minder goed over. Het was beter geweest als dit verhaal rond de klassiekers was verschenen of zelfs ervoor als verhaal om mensen lekker te maken voor de wedstrijd.

Quotes
Een laatste ding dat ik nog wil verantwoorden, met name voor de taalkundigen, is mijn manier van het aanhalen van quotes. Natuurlijk schrijven de taalregels voor dat daarbij gebruik gemaakt wordt van aanhalingstekens voor en na een quote. Daar ben ik me van bewust, maar ik vond het qua vormgeving mooier om mijn quotes te verwerken zoals ik heb gedaan. Daarmee neem ik een risico dat het voor de lezer niet duidelijk is dat iemand iets zegt in plaats van dat ik het beweer, maar volgens mij is de lezer slim genoeg om het verschil te zien.

 

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *