Kuiper: ‘Ik had meegekund met Hinault’

Hinault wint in Luik in 1980. Hij wordt gehuldigd en het boek van die editie wordt dichtgeslagen. De wedstrijd is dan nog niet over. Eén voor één druppelen de andere renners binnen. Op gepaste afstand. Hinault heeft in 80 kilometer een gat van meer dan tien minuten geslagen. Iemand heeft de twijfelachtige eer om tweede te worden achter deze grootheid. In 1980 was die eer voor een Nederlander: Hennie Kuiper.

Het is een maandagavond en ik zit tot mijn oren in de papieren om meer te weten te komen over die editie. Rond half vijf die dag zijn de lijntjes naar de wielrenners uitgezet, in de hoop een paar van Nederlands grootste wielrenners ooit te spreken. Ik word van mijn werk afgehaald voor het avondeten. Dat moet ook gebeuren. Spaghetti, voer voor fietsers, al was ik niet meer van plan om die dag op mijn eigen fiets te klimmen.

De telefoon gaat. Aan tafel wordt gefronst en wat geroepen in de trant van ‘we zitten te eten, kan dit niet wachten?’. Onbekend nummer, het staat niet in mijn telefoon en ik herken het ook nergens anders van. “Goedenavond, met Thijmen Alleman”, is mijn standaard manier van opnemen. “Goedenavond. U spreek met meneer Kuiper.” Dat is onverwachts. Grofweg een half uur nadat hij mijn vragen heeft ontvangen, word ik gebeld door Hennie Kuiper. Winnaar van Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Ronde van Vlaanderen, de Ronde van Lombardije, twee keer tweede in het eindklassement van de Tour en nog veel meer leest de mail van zijns fans en neemt meteen te tijd voor een gesprek. Niet over een van zijn grootste overwinningen of over de huidige generaties wielrenners. Nee, over zijn grootste gemiste kans, want zo kijkt Kuiper nog altijd naar Luik-Bastenaken-Luik. Die won hij nooit, ook niet in 1980.

Als snel praten we over die wedstrijd en specifiek die editie. Hij blikt terug op die wedstrijd, alsof hij hem gisteren reed. Het is een superwedstrijd. Een van de grote, zware koersen in het wielrennen. En die editie helemaal. Je moet altijd een stuk vanuit Luik rijden tot je echt aan de wedstrijd begint. Dat liep wel redelijk. Zelfs tot Bastogne viel het wel mee. Daarna werd het pas echt slecht. Daar draaiden we de Ardennen in en lag er ontzettend veel sneeuw.

Opvallend is dat Kuiper lijkt te zijn vergeten dat ze de eerste helft van de wedstrijd door een sneeuwstorm zijn gereden. Op de vraag of hij zich dat herinnert antwoordt hij:  Natuurlijk, maar de kou sluipt pas later in je lijf. Meer dan honderd wielrenners zijn het hier met Kuiper waarschijnlijk niet over eens. Door de lage temperatuur en de sneeuwstorm zijn zij halverwege de wedstrijd al afgestapt.

Kuiper schetst zelf hoe de wegen erbij lagen buiten Bastenaken. Ik heb takken gezien waarop misschien wel tien centimeter sneeuw lag. Langs de route was het rustig. Veel mensen waren thuis gebleven vanwege de kou. De mensen die er waren, langlauften langs de route die wij reden. Ik bedoel niet dat ze moeite moesten doen om te lopen, sommigen liepen letterlijk op latten door de sneeuw. Toen wij later in Luik aankwamen, waren de straten verlaten. Mensen zaten in de kroeg, op zoek naar warmte en wij kwamen verkleumd over de streep.

De kou en het gebrek aan publiek zijn niet de belangrijkste zaken die Kuiper zich herinnert van die dag. Ik voelde me goed. Ik reed voor mijn gevoel ook goed.  Daardoor zat ik ook op kop toen we na Bastenaken een van de heuvels op draaiden. (Waarschijnlijk de Rue de la Saint Roche, red.) De motor voor mij zat er te dicht op. Hij kon niet doorrijden en ik dus ook niet. Daardoor kwam ik stil te staan. Ik zat vast in mijn pedalen en moest van mijn fiets af. Het was sowieso een stuk waar ik een hekel aan had. Daarna moest ik in mijn eentje die berg op en in de achtervolging.

Toen ik terugkwam bij de ‘grote’ groep was Hinault al weggereden op de Stockeau. In de groep zaten meerdere mannen van TI Raleigh. Ik zat op dat moment bij Peugeot. Dus ik dacht ‘laat die mannen maar rijden’. Daar komt bij dat ik natuurlijk net terug was komen aansluiten. Maar het gat met Hinault werd alleen maar groter en niet kleiner. Het ging al snel van 30 seconden naar 2 minuten. Uiteindelijk ben ik op de Col de la Redoute nog gedemarreerd. Met Claeys. Inmiddels weten we dat Kuiper niet meer bij Hinault zou geraken. Hij strandde op 9 minuten en 24 seconden van de winnaar.

En dat zit hem nog steeds dwars. Ik was zelf altijd wel een man van de hoge doelen en de extremen. Ik had La Doyenne graag gewonnen en ik denk dat ik die dag met Hinault had meegekund. Wat het dan aan de streep wordt, kun je niet zeggen, want na zo’n lange zware koers telt het niet wie de beste sprinter is. Maar ja, de winnaar heeft altijd gelijk en Hinault is een groot winnaar.

Als je kijkt naar grote en zware wedstrijden, dan zijn de winnaars altijd goede en sterke renners. Je moet het zo zien. Klassiekers worden altijd gewonnen door echte kampioenen, maar op diezelfde dag verliezen nog veel meer kampioenen een wedstrijd.

Daarmee sloot Kuiper zijn verhaal af. Niet de sneeuw, niet de kou en niet de andere renners zijn wat hem het meest bij zijn gebleven, maar die verdomde motor die hem zijn zege ontnam.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *