JS: Arno Vermeulen omschrijft de perfecte voetbalcommentator

Met het bord op schoot voetbal kijken is in Nederland uitgegroeid tot een begrip. In vele huiskamers is op zondagavond het geluid van een voetbalwedstrijd te horen, met het daarbij horende commentaar. Ook wordt er veelvuldig gesproken over hoe goed of slecht die commentator is. Maar wat is dan een goede commentator? Arno Vermeulen, chef voetbal bij de NOS, legt uit wat de 5 ingrediënten zijn die samenkomen in een goede commentator.

 

 

1: Journalist

“Een goede commentator is met name een goede journalist. Mensen denken weleens: ‘Waarom is dat nou nodig?’. Maar het vak heeft alles met journalistiek te maken. De commentator moet de afweging maken tussen wat wel en niet belangrijk is om te vertellen tijdens een wedstrijd. Dat is precies een van de essentiële dingen die jonge journalisten wordt bijgebracht. En hopelijk laten zij dat in de praktijk zien.”

 

2:Spelinzicht

“Verstand van voetbal is niet zo te pakken. Iedereen denk dat hij het heeft en er zijn ongetwijfeld mensen die het daar dan weer niet mee eens zijn. Inzicht in voetbal is het begrijpen hoe een wedstrijd zich ontwikkelt en de kantelmoment in een wedstrijd aanvoelen. Je hoeft geen trainersdiploma te hebben, maar je moet wel het een en ander weten van tactiek en speelwijze. Hoe beter je dat soort dingen ziet, hoe beter je commentaar kan geven.”

 

Helaas is dit iets waar je als journalist in spé niet zo veel aan kunt werken. “Je kunt het niet voorbereiden. Iedere commentator bereidt zich tot op de puntjes voor, maar je moet het op de juiste momenten zien en doorhebben. Als iemand dat niet heeft, dan kun je daar niet zo veel aan doen. Het is een gave die je moet hebben.”

 

3: Stem

“Het is heel prettig als je een goede, lekkere stem hebt, je duidelijk kunt praten en goed kunt formuleren. Je moet ook goed Nederlands spreken. Daar valt wel wat aan te schaven, maar ook daar zijn marges aan verbonden. Je kunt niet tegen een doorsnee commentator zeggen dat hij net zo bloemrijk moet worden in zijn taal als Frank Snoeks. Zover kun je het niet bijbrengen.”

 

Voor met name voor jongens uit Brabant, Limburg of juist Groningen of Friesland, ligt er nog een extra uitdaging klaar; accent. “Iemand uit Limburg met een zwaar accent gaan we niet aannemen, want je weet niet of je dat eruit krijgt bij iemand. Als je een heel serieus of zwaar accent hebt, dan moet je zo jong mogelijk zorgen dat je dat afzwakt. Hoe beter je ABN is, hoe beter je kansen zijn.”

 

Er is wel een uitzondering op de regel. “Vroeger had je op de radio Henk Kok. Hij kwam uit Groningen en had een zwaar accent en een regionale uitstraling. Hij gaf vaak commentaar bij wedstrijden van Groningen. Hij werd door zijn accent een soort cultheld. Daar kun je er wel één van hebben bij de NOS, maar hij zou bijvoorbeeld nooit een Champions League finale van commentaar mogen voorzien.” Overigens is Henk Kok, met pensioen, dus misschien is er weer een plekje voor een cultheld.

 

4: Humor

“Als een commentator humor heeft, dan is dat bijvangst. Een commentator die af en toe een leuke, scherpe opmerking kan maken, dat is leuk voor het commentaar. Dat maakt het voor de kijker prettiger. Maar het is niet zo dat humor belangrijker is dan inzicht. Ik heb in het verleden wel eens iemand gehad die humoristisch was en dat ook graag wilde zijn, maar hij zag het voetbal niet. Daar hebben we bij de NOS niks aan.”

 

5:Timing

“Ik zei al eerder dat iedere commentator zich goed voorbereidt en veel informatie tot zich neemt. Maar timing van die informatie is heel erg belangrijk tijdens een wedstrijd. Als je je heel goed hebt ingelezen en heel veel kennis hebt, maar dat al in de eerste twintig minuten van een wedstrijd allemaal vertelt, kan dat dodelijk zijn voor je commentaar. Want iemand die zit te kijken denk dat bij zichzelf: ‘Ik word bekaf van die vent’. Het is belangrijk dat je veel weet en daar misschien maar tien procent van gebruikt in je commentaar. Je hoort wel eens grappen over commentatoren die het hebben over een zus, een moeder of een buurvrouw, dat is vrij zinloos. Maar het is wel heel erg leuk als je zit te kijken naar een wedstrijd, dat de commentator komt met een echt leuk detail, waarbij je denkt: ‘Dat wist ik helemaal niet’. Daardoor kijk je dan toch anders naar die wedstrijd.”

NOS voetbal

NOS

Gezegd moet wel worden dat de hierboven aangegeven criteria misschien alleen gelden voor de NOS. “De lijn die wij hanteren, heeft meer te maken met journalistiek dan met amusement. Onze redactie is gevestigd in een journalistiek huis. Daarom ook liever dat een commentator wat meer de bal volgt en inzicht heeft, dan dat hij met randverschijnselen bezig is en grappen maakt, maar niet ziet dat de trainer een belangrijke verandering doorvoert. De wedstrijd blijft het belangrijkste. Wij zijn hier nog klassiek geschoold. Vroeger, in de tijd van de zwart-wit televisie werd ook gesproken van begeleidend commentaar en dat is bij de NOS nog steeds zo. Een commentator begeleidt een wedstrijd.”

 

Mocht iemand dit lezen en denken aan alle criteria te voldoen, dan wil dat nog niet zeggen dat je gelijk een baan bij de NOS kan krijgen. “Ik werk nu tien jaar bij de NOS en in al mijn jaren zijn er niet veel commentatoren bij gekomen. Een van de weinige die de mensen wel eens horen is Jeroen Elshof. Wij nemen namelijk sowieso niet veel mensen aan.” En wie toch graag commentaar geeft, kan dat gewoon blijven doen op de bank thuis. Met als onderwerp; de commentator.

 

Foto is afkomstig van de twitterpagina van NOS Voetbal

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *