Hoe Hinault geschiedenis schreef

Het is 20 april 1980. Het is een dag waarop de meeste ervoor kiezen binnen te blijven. Zeker in en om Luik. Het kwik hangt een paar graden boven nul, al is hier gevoelsmatig weinig van te merken. De renners zijn stuk voor stuk gehuld in winterkleding. Geen enkele arm is onbedekt en blote benen zijn ook niet te ontrafelen bij de renners. Het weer is slecht. Bar slecht.

Toch moet er gekoerst worden. Het peloton van 174 renners heeft een tocht van rond de 260 kilometer voor de boeg. Eerst vanuit Luik het relatief gemakkelijke eerste gedeelte en dan terug draaien in Bastogne om via het heuvelachtige landschap van de Ardennen weer terug te rijden naar Luik. Op zich is het parcours overleven al een prestatie van formaat. Geen meter is er vlak; alles is óf steil omhoog óf omlaag en ertussen is het vals plat.

Vals plat is nog nooit een beter omschrijving geweest voor de route van Luik-Bastenaken-Luik als dat jaar. Zeker omdat de weg vrijwel niet zichtbaar is. Het ‘makkelijke stuk’ wordt namelijk ongenadig zwaar voor het peloton. De renners krijgen te maken met een ware sneeuwstorm op de route. In korte tijd valt er meer dan tien centimeter sneeuw. Hoe zij weten dat het zoveel is? De renners spreken van sneeuwbakken langs de route en op de takken van de bomen blijft een dikke laag wit poeder achter. Het publiek langlauft met de renners mee. Een stukje mee rennen is er niet bij. Het publiek is net zo verkleumd als de renners.

Die zijn het al snel beu. Van de 174 gestarte fietsers, besluiten 101 om er na 70 kilometer koers de brui aan te geven. Te koud. Veel simpeler kan een reden voor opgave niet zijn. De andere 73 bikkelen door en hopen de streep te halen. Voor veel van hen blijkt dat een onmogelijk doel.

Koersverloop
Betekent dit dat de renners niet koersen, dat het geen wedstrijd is? Natuurlijk niet. Rudi Pevenage legt zich niet bij de weersomstandigheden neer en demarreert op een van de vroege hellingen uit het peloton. Nog 125 kilometer voor de boeg en de Fransman plaatst een versnelling, ongetwijfeld hopend dat een andere renner in zijn wiel springt. Deze mazzel heeft hij echter niet. Solo, 125 kilometer door de naweeën van een sneeuwstorm. Televisie-kijkend publiek zet een extra pot koffie op en slaat een derde deken om de schouders. Arme jongen, moeten veel moeders denken bij het zien van Pevenage.

Een van de renners die dat niet denkt, is Bernard Hinault. Op de Stockeau, al wordt daar door betrokkenen aan getwijfeld, rijdt de Das weg van een klein groepje dat zich het peloton mag noemen. Het is niet groter dan een fietsgroepje dat eens in de week zijn rondjes rond het dorp afwerkt. Na de wedstrijd vertelt Hinault dat hij het koud had en zichzelf een beetje wou opwarmen. Zijn concurrenten zitten vrijwel allemaal in de groep en niemand probeert mee te springen. De Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd met onder andere Van der Velde, Lubberding en Zoetemelk. Geen van hen pakt het wiel van de Fransman. Van der Velde geeft later aan dat hij niet beter was en niet mee kon springen met Hinault. Lubberding tijdt een hoog tempo en weet zich los te maken van het pelotonnetje, maar hij valt sterk terug nadat hij na een half uur achtervolgen geen benzine meer in de tank heeft. Hongerklop en het is over. Zoetemelk rijdt mee op kop in het peloton om wat terug te doen, maar het gat met Hinault wordt alleen maar groter.

De motor van Kuiper
De grote afwezige in de groep der favorieten is Hennie Kuiper. Hij mist de slag om mee te zitten door een motor van de organisatie. Kuiper is in vorm, rijdt goed mee van voren vanaf Bastenaken en wil zijn kans wagen in deze bevroren editie van ‘La Doyenne’, maar aan de voet van een van de eerste hellingen na Bastenaken gaat het mis. Kuiper zit vooraan in de groep der favorieten en draait als een van de eersten een helling op. Welke precies weet hij niet meer. Wat hij wel weet, is dat de motorrijder te kort voor hem zit en de zware machine trekt de helling niet. De motor komt niet vooruit. Kuiper, in het wiel van de motor, dus ook niet. Hij moet afstappen, uitklikken en wachten. Daarna moet hij vanuit stilstand tegen een pijnlijk steile helling aanrijden. Onbegonnen werk. Hij verliest tijd en moet in de achtervolging. Succesvol, want hij keert terug bij de andere favorieten, maar daar is Hinault dan al weg.

Diezelfde Hinault heeft inmiddels een riante voorsprong bij elkaar gefietst en de energie bij de achtervolgers is dan allang op. Kuiper rijdt uit pure frustratie weg uit het peloton. Zo kwaad op de motor dat hij blind van woede een paar harde snokken aan zijn fiets geeft en met grote klappen wegrijdt van de andere kanshebbers. Al is het woord kanshebber dan al een ernstig overdreven woord.

De manier waarop Hinault zijn overwinning viert is veelzeggend; hij doet niks. Ver voor de streep klikt hij zijn schoenen los van het pedaal en bolt uit naar de streep. Geen handen in de lucht, geen schreeuw van vreugde en niet wijzen naar de sponsor. Gewoon inpakken en wegwezen.

Hinault heeft aan de finish 9’24 minuut voorsprong op Hennie Kuiper. Ronny Claes verliest de sprint voor de tweede plaats. Na Hinault duurt het 27 minuten voor de Noor Jostein Willmann over de finish komt. Hij wordt 21ste en laatste, nadat de rest van de renners heeft opgegeven of buiten tijd eindigt.

Kijk hier naar de samenvatting die Sporza van deze wedstrijd maakte.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *