De hongerklop van Lubberding

Veel renners stapten al af bij de bevoorrading in Bastenaken. Een selecte groep voelde zich daar nog goed genoeg om door te rijden, maar voor sommigen zou dat snel veranderen. Eén van hen is Henk Lubberding.

Wie het finishformulier opzoekt, ziet zijn naam op de 13e plaats, maar als het aan Lubberding had gelegen dan had hij de koers helemaal niet uitgereden. Bij aankomst in Luik moet je nog een lus door de stad. Maar voor die lus begon, kwam je langs het hotel waar wij als ploeg sliepen. Ik was er wel klaar mee en wilde meteen het hotel in duiken en niet eens de ronde afmaken, maar Mutters wilde finishen. Hij had mij zo goed geholpen, dat ik hem niet in de steek wilde laten en dus ben ik doorgefietst. 

Om te snappen waarom Lubberding er doorheen gesleept moest worden, is het belangrijk om te kijken naar hoe zijn race is verlopen. Hij heeft nog een heel duidelijk beeld van het wedstrijdverloop en zijn eigen afzien.  Over het weer is Lubberding kort. Het was uiteraard koud en ik was wel wat gewend, maar dit was wel heel extreem. 

Over zijn ervaring weet hij een stuk meer te vertellen. Vooral vanaf het moment dat Hinault de wedstrijd in brand stak. Ik ben achteraf verbaasd dat niemand reageerde op Hinault. Hij reed weg en niemand probeerde mee te gaan. Ze zaten er allemaal bij als dode mussen en dat terwijl het weer tot dan toe best oké was. Het was geen goed weer, maar die zware sneeuwval en de kou kwamen pas nadat we terugdraaiden naar Luik.

Ik ben zelf weggesprongen, maar ik kwam er niet bij. Ik heb denk ik een half uur lang op zo’n 150 meter van hem gereden, maar ik kreeg het gat niet dicht. Op een bepaald moment kwam Ludo Peeters nog in mijn wiel, maar hij nam niet over. Ik heb hem tijdens de wedstrijd gevraagd of hij niet wilde of kon overnemen, maar hij zei: “Ik kan echt niks.” In mijn eentje kwam ik er ook niet bij en door dat harde rijden had ik geen tijd om te eten. Ik kreeg een hongerklop en viel meteen hard terug. Ik werd zelfs door het groepje waar ook Kuiper in zat weggereden. 

Het scheelde niet veel of Lubberding had er de brui aan gegeven. Het klassieke beeld van de moegestreden wielrenner komt voorbij. Ik kon niet meer. Ik zigzagde wat over de weg en had geen energie meer. Toen kwam Stefan Mutters achterop rijden en die vroeg hoe het met me ging. Hij heeft me al zijn eten gegeven, zodat ik weer wat energie had. Hij vroeg me of ik met hem LBL wou uitrijden, want dat wilde hij graag, maar niet alleen. Mutters was een eerstejaarsprof toen, geloof ik, en ik was goed bevriend met hem. Hij bleef bij mij thuis slapen wanneer we wedstrijden in Nederland en België hadden. Ik heb met veel renners een band, maar met hem had ik echt een hele goeie band. Dus toen hij dat vroeg, besloot ik met hem uit te rijden. 

Van de finish in Luik kan ik me niet veel herinneren. Ik was helemaal verkleumd en kon niks meer. Ik heb niks meegekregen van publiek, of dat er nu wel of niet stond en van hoe ik ontvangen werd.

Vriendschap heeft Lubberding een plek in de geschiedenis bezorgd van deze wedstrijd. Ik heb het echt helemaal voor hem gedaan, want ik reed niet voor ereplaatsen. Ik ben een echte ploegman. Als ik niet zelf kon winnen, reed ik me wel leeg voor anderen die wel konden winnen. Zonder problemen. Maar in die editie waren we kansloos. Ik kon niet winnen en niemand van mijn ploeg kon winnen. Dus dan ga ik me niet leeg rijden. Er kwamen nog genoeg koersen. En je moet ook niet vergeten, ik wist niet hoeveel renners er voor me reden. Ik weet dat Hinault weg was, maar hoe groot dat peloton was en wie erbij zaten, geen idee.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *