Betoog: Tourwinnaar Kelderman

1967, 1968, 1979 en 1980. Wat hebben die jaren gemeen? Ongetwijfeld kan er een hele waslijst aan vergelijkingen op losgelaten worden, maar voor wielerfans telt maar één feit. In die vier jaar won een Nederlander een grote etappekoers. Jan Janssen won in 1967 de Vuelta a España en in 1968 de Tour de France. Joop Zoetemelk deed hem dat kunstje na met in 1979 de Vuelta en in 1980 de Tour. Dit feit zal mening wielerfan aan de glorietijd van het Nederlandse wielrennen laten denken, maar daarop volgt wel een pijnlijke realisatie: die tijd ligt ver achter ons en een grote ronde winnen we niet zomaar. Voor die mensen heb ik goed nieuws, want Wilco Kelderman gaat binnenkort een grote ronde winnen. Althans, als alles meezit. Want sportsucces is maakbaar. 

 

Daar kan lang of kort over gediscussieerd worden, maar dat is zinloos. Onderzoeksorganisatie SPLISS (Sports Policy factors Leading to International Sporting Success) heeft namelijk in 2007 en 2008 onderzoek gedaan naar deze stelling en kwam met een aantal interessante uitkomsten. De belangrijkste daarvan is dat hoe meer geld er in een degelijke organisatiestructuur gestoken wordt, hoe meer medailles er gewonnen worden op Olympische Spelen. Nederland scoorde opmerkelijk goed voor zo’n klein land. Verder is interessant om te melden dat Nederland ook met name hoog scoorde op het gebied van talentscouting en begeleiding, iets wat door SPLISS als essentieel werd omschreven voor kleine landen, omdat die minder talenten hebben om uit te kiezen dan landen met een grote populatie.

 

Foto van Wilco Kelderman uit 2013, gemaakt door Yoyo631 voor Wikimedia.

Laat die scouting nou net iets zijn waar talentcoach Peter Zijerveld van de KNWU enigszins kritiek op heeft. “Hier in Nederland rijden talenten alleen maar op vlakke wegen met veel wind. Een renner met klimtalent kan zich in die wedstrijden niet tonen en haakt af. Die heeft geen zin om in iedere wedstrijd op 20 minuten gereden te worden. De Nederlandse mentaliteit moet veranderen om meer klimtalent te vinden en te ondersteunen.” Zijerveld plaatst nog een tweede kanttekening waardoor het winnen van een  grote ronde een probleem kan worden. “Een carrière verloopt niet altijd perfect. Een toptalent kan veel tegenslag tegenkomen en dan niet al zijn potentie in resultaat omzetten. Je moet mentaal hard zijn, talentvol zijn, er hard voor willen werken en niet teveel tegenslagen hebben.” Maar ondanks zijn kritiek ziet zelfs ex-wielrenner Zijerveld kansen voor Nederland. “Als ik twee namen moet noemen waarvan ik denk dat zij alles hebben om een grote ronde te winnen, dan noem ik Wilco Kelderman en Daan Olivier. Die gasten hebben alles in huis. Ze moeten alleen de kans krijgen om alles uit hun talent te halen en misschien hebben ze ook wel een beetje mazzel nodig.”

 

Er zijn meer redenen te noemen waarom het aannemelijk is dat Kelderman in de toekomst een grote ronde op zijn naam gaat schrijven, namelijk zijn uitslagen. Als we kijken naar Joop Zoetemelk, reed hij vanaf zijn eerste profjaar met de beste mee in grote rondes. Sterker nog, hij reed maar liefst twaalf keer naar een plaats in de top tien van de Tour de France. Janssen reed in acht deelnames naar vijf top tien klasseringen. Kelderman kan ook goede cijfers voorleggen. Hij deed drie keer mee aan een grote ronde (2x Giro en 1x Vuelta) en eindige drie keer bij de beste twintig, met een 7de plaats in de Giro d’Italia in 2014 als hoogtepunt. Hij begint zijn carriere in ieder geval op de juiste manier.

 

Daar komt bij dat het hele Nederlandse wielrennen in de lift zit. 2014 was een topjaar. Nederlanders schreven maar liefst 106 overwinningen op hun naam. Alleen Italianen wonnen meer wedstrijden. Voor het eerst in 13 jaar won een Nederlander een klassieker. Dat was Niki Terpstra die Servais Knaven opvolgde als winnaar van Parijs-Roubaix.  Ook de tourdroogte van negen jaar werd beëindigd door Lars Boom. Verder wonnen ‘we’ eendagswedstrijden, etappekoersen en semi-klassiekers. Daarnaast reden Nederlanders ook naar goede noteringen in een van de drie grote rondes. Mollema en Ten Dam eindigden in de top tien in de Tour, Gesink stond 6de in de Vuelta voor hij uit de wedstrijd stapte en Kelderman werd zoals gezegd 7de in de Giro.

 

Kortom, alle omstandigheden zijn aanwezig voor Nederlands Toursucces. ‘We’ strijden mee in belangrijke wedstrijden en winnen ze ook weer. ‘We’ deden mee in klassementen. ‘We’ brengen wielertalent voort en hebben een aantal toprenners in wording en ‘we’ begeleiden ze goed. Het enige dat ‘we’ nog nodig hebben, is dat kleine beetje geluk dat het verschil maakt tussen demarreren en uit het wiel gereden worden.

 

Foto is gemaakt door Yoyo631 voor Wikimedia.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *