Wie ben ik als journalist?

Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden, zo uit mijn hoofd. Ik denk dat ik in meerdere opzichten een breed georiënteerde journalist ben. Daarmee bedoel ik twee dingen.

Ten eerste vind ik dat ik een brede interesse heb. Ik vind het net zo leuk om te lezen of schrijven over buitenlandse politiek als dat ik bij de buurvrouw langs ga voor een verhaal over haar nieuwe breiclubje. Dit is een verzonnen voorbeeld, maar ligt niet heel ver weg van mijn daadwerkelijke activiteiten in de journalistieke wereld tot nu toe.

Ik schrijf inmiddels al vier jaar voor de Bergen op Zoomse Bode, een huis-aan-huisblad dat twee keer per week wordt geleverd. Voor die krant schrijf ik verhalen. De onderwerpen zijn heel divers. Een mooi voorbeeld daarvan maakte ik vorig jaar in de zomer mee. Op één dag mocht ik op pad voor een verhaal over een nieuw autobedrijf en een artikel over een man die in een juridische strijd verwikkeld was over een bedrijfsongeval. Nogal diverse thema’s. Ik vond het geweldig om te doen, juist omdat de onderwerpen zo ver uit elkaar liggen.

Daar komt tegenwoordig nog bij dat ik schrijf voor de onlineredactie van het Brabants Dagblad, waarbij ik me in artikelen vaak bezig houd met Brabants nieuws. Vaak gaat dat om ongelukken of politieberichten, zoals ook in mijn onderzoek aangegeven wordt, maar het gaat ook om beslissingen van Gedeputeerde Staten of van de verschillende gemeenten.

En zoals inmiddels wel duidelijk is aan de hand van mijn productie voor het afstuderen, ben ik ook een wielerfan en volg ik verdere sport ook. Tijdens het derde jaar van de opleiding heb ik me ook gericht op sport, maar weet eigenlijk nog niet zeker of ik daar iets meer mee wil gaan doen in mijn werk.

Ten tweede denk ik dat ik breed georiënteerd ben in het soort werk dat ik doe. Ik schrijf nu voor online en de krant en dat bevalt me prima. Ik hou wel van de subtiele verschillen in de soorten verhalen en hoe je dingen wegzet. Voor de krant hou ik me ook bezig met beeld, wat redacteuren zijn zelf verantwoordelijk voor foto’s bij hun verhalen. Ook hierop heb ik me gericht tijdens mijn derde jaar in het blok fotografie.

Verder vind ik mezelf een knokker. Ik denk dat dit het enige is waar ik zeker van ben als het over mezelf gaat. In de afgelopen vierenhalf jaar opleiding aan de FHJ, ben ik vijf keer aan mijn rechterbeen geopereerd in verband met botkanker. Niet veel mensen op de FHJ weten ervan en dat komt omdat ik vaak in overleg met slechts één of twee docenten regelde dat ik mijn projecten gewoon kon volgen. Ik zorgde wel dat wat ik leverde op orde was en paste bij de eisen. Beste voorbeeld hiervan komt uit het tweede jaar. In de overlappende weken van mijn buitenland project en de mediaredactie werd ik geopereerd. Ik heb toen met Simon Knopper gesproken over hoe we dat gingen oplossen. Ik heb drie weken van dat tien weken durende project gemist. Toch voldeed mijn werk aan alle eisen die staan voor tien weken productie. Sterker, ik heb meer geschreven in die zeven weken dat anderen in de volle tien.

Verder weet ik niet goed wat hier nog bij zou moeten en laat ik liever anderen oordelen over hoe ik werk en hoe ik als journalist en redacteur ben. Daarom voeg ik hier de tekst toe van de beoordeling die Harmen Groenhart en Roy Mevissen hebben geschreven voor mijn co-schap van vorig jaar en daarna de beoordeling van mijn stage van vorig jaar door Annemarie Rijkers op basis van opmerkingen van Nancy de Goey.

“Je reflecteert op jouw eigen handelen. Tijdens de vergadering al. Je bent kritisch, je bent kordaat. Je laat stiltes vallen. Raakt non-verbaal geïrriteerd als er weer zo’n onzinverhaal gelanceerd wordt (niet qua invalshoek, wel wanneer er vrijelijk geciteerd wordt uit het grote smoezenboek). Je was leergierig, je was een tijger, je was kritisch, je was nadrukkelijk aanwezig. Streng, maar rechtvaardig. Perfectionistisch, zoals jezelf zei. Met maar een doel voor ogen: de verhalen moesten body hebben.”

“Je hebt op de onlineredactie van het Brabants Dagblad naar volle tevredenheid als volwaardig werknemer gefunctioneerd en was naar het oordeel van je praktijkbegeleider ‘een aanwinst als collega en als mens’.”

Daar ga ik niks meer aan toevoegen, want beter worden de omschrijvingen niet denk ik.

Leeswijzer afstudeerblog

Beste bezoeker, waarschijnlijk beste assessor,

Dank voor het bezoek aan dit blog. Zoals u wel weet is dit blog ingericht om mijn afstudeerwerk te tonen voor de studie Journalistiek aan de FHJ. Deze leeswijzer is niets meer dan een verwijzing naar de losse onderdelen.

Bovenaan de pagina staat een hoofdmenu. Daarin zijn de verschillende onderdelen van het afstuderen opgenomen als links. Onder de kop scriptie vindt u mijn verantwoording voor het geleverde werk en de uitgewerkte scriptie.

Onder de kop productie afstuderen zijn de losse verhalen te lezen die terug te vinden zijn in mijn tool onder de kop ‘verhalen’. Onder de subkop ‘verantwoording/startpunt productie’ is letterlijk te vinden wat de subkop is.

Verder heeft u via het menu dit verhaal gevonden, hoop ik, en kunt u een kort verhaal lezen over hoe ik mezelf als journalist zie, iets wat ik natuurlijk tijdens het assessment ook verder kan en zal toelichten.

Ik hoop dat het werk bevalt en dat u veel zaken bekijkt en leest waar u meer over wilt weten op het assessment.

Met vriendelijke groet,

Thijmen Alleman

Verantwoording scriptie Thijmen Alleman

Een van de onderdelen die ingeleverd dient te worden bij het afstuderen is een scriptie waarin de student reflecteert op een onderwerp binnen het vak. Vanaf januari 2016 ben ik om me heen gaan kijken om een onderwerp te kiezen. In gesprekken met Annemarie Rijkers, mijn SLB’er, kwamen verschillende ideeen voorbij, maar niks definitiefs. Toen ik uiteindelijk klaar was met mijn stage bij het Brabants Dagblad op de onlineredactie, heb ik een aantal gesprekken gevoerd met mijn begeleider ter plaatse, Nancy de Goey.

Die gesprekken gingen over allerlei zaken. Bijvoorbeeld over de afronding van mijn stage in een verslag, maar ook over het aanblijven op de redactie als een freelance-kracht en het vervolg van mijn opleiding. Daarbij kwam ook de scriptie voorbij en wat ik ermee wilde gaan doen. Zij raadde mij aan om iets te nemen dat aansloot op mijn werk bij BD en ze gaf aan mij daar graag bij te helpen.

Dit alles speelde zich af in april van 2016. Op het moment dat ik aan mijn afstuderen wilde beginnen, kreeg ik het nieuws dat ik geopereerd moest worden aan mijn been. Dat is beslist niet de eerste keer tijdens mijn studie, maar deze kwam wel op een bijzonder vervelend moment. In overleg met Annemarie heb ik besloten om mijn afstuderen door te schuiven naar november.

Na de operatie en de benodigde revalidatie heb ik het idee voor mijn scriptie weer opgepakt en heb ik met Nancy om de tafel gezeten om een onderwerp te kiezen en om een eerste interview te houden. Dat verliep goed, al had ik destijds mijn onderzoeksvraag nog niet goed afgebakend en hebben wij het over heel veel verschillende zaken gehad die uiteindelijk niet in de scriptie aan bod komen. Daarna heeft het onderzoek weer een tijd stil gelegen, omdat ik door personele problemen in de maanden juni en juli en een deel van augustus vrijwel fulltime aan het werk ben geweest voor het BD.

De echte vervolgstappen voor mijn scriptie heb ik pas gezet begin oktober. Ik heb in de maand september veel gewerkt aan de productiekant van het afstuderen en ben daarna gaan kijken naar mijn scriptie. Ik ben begonnen met rondspeuren binnen BD en de Persgroep wie ik zou moeten spreken en heb daarbij Nancy vaak als klankbord gebruikt.

Op maandag 10 oktober heb ik met André Trompers gesproken van BNDeStem en op 13 oktober ben ik naar Tilburg afgereisd om met Pim Dikkers te spreken. In de tussentijd heb ik contact gezocht met Anke Verbakel, chef online ED, maar die was op vakantie. Samen met Nancy heb ik gezocht naar een alternatief en wij kwamen bij John van den Oetelaar uit, die op dat moment nog plaatsvervangend hoofdredacteur was bij BD en de vaste hoofdredacteur is van ED.

En hier wordt het verhaal ingewikkelder. Zowel Pim als André hebben van mij de transcripties van hun interviews ontvangen om te kijken of ze het ermee eens waren. Beiden hebben aangegeven dat zij niks tegen hadden op de tekst. Ook Nancy heeft in een iets later stadium laten weten akkoord te zijn met de transcriptie. Na het zoeken van contact met John ontstond echter een probleem. Via Nancy, die het belangrijk vond om mij te laten weten wat er aan de hand was, heb ik begrepen dat hij boos was op Nancy. De reden is dat de Persgroep intern bezig is met eenzelfde onderzoek als het mijne en dat John samen met Hille van der Ka bezig is om dat onderzoek om te zetten tot een plan van aanpak. John kreeg het idee dat Nancy dit wilde ondermijnen met een eigen onderzoek dat ik aan het uitvoeren was.

Ik heb geen reactie meer gehad van John op mijn verzoek, anders zou ik dat voorleggen in mijn scriptie. Ik heb enkel de woorden van Nancy om dit verhaal op te stoelen en zo nodig lever ik de contactgegevens zodat jullie als assessoren dat kunnen navragen. Wat ik ook heb als indirect bewijs voor het mislopen van de laatste fase van mijn onderzoek, zijn de transcripties van André. Na mijn verzoek en het telefoontje van John aan Nancy, heeft André mij een nieuwe versie van mijn transcriptie verstuurd waarin hele antwoorden zijn aangepast of geschrapt.

Voor mijn scriptie heb ik gebruik gemaakt van zijn laatst toegezonden versie. Ik ga ook niet de twee transcripties als bijlage bij het onderzoek online zetten. Ik zal ze echter wel meenemen naar mijn assessment, zodat ter plaatse gekeken kan worden naar de verschillen.

Ik sta natuurlijk in mijn recht om zijn eerdere transcriptie te gebruiken, aangezien André daar zijn toestemming voor heeft gegeven. Ik kies hier niet voor en daar heb ik een reden voor. Ik sta nog maar aan het begin van mijn carrière in de journalistiek en ik werk met veel plezier bij het Brabants Dagblad. Dat is hopelijk niet mijn eindstation, maar in ieder geval een prima plek om op de trein te stappen. Ik ben niet van plan om op wat voor manier dat ook nu al mijn glazen in te gooien bij een groot mediabedrijf in Brabant en misschien indirect zelfs bij de Persgroep. De reden dat ik het bewijs toch meeneem en ter beoordeling voor zal leggen aan de assessoren is omdat ik wel van plan was om een zo’n goed mogelijke gooi te doen naar afstuderen en dit heeft natuurlijk flinke impact gehad op mijn uiteindelijke scriptie.

Dat alles gezegd hebbende, ben ik redelijk tevreden over de scriptie die er ligt, al valt er nog veel uit te diepen en te onderzoeken. Dat komt zeker door een aantal geschrapte onderdelen, maar vooral ook door de complexiteit van de structuren doe betrokken zijn bij een eventuele samenvoeging van de redacties. Nu heb ik me gericht op de praktische kant, maar natuurlijk moet er gekeken worden naar de financiële kant, waar uiteindelijk alles om draait.

De gevolgen van de kou

De gevolgen van deze zware wedstrijd in de Ardennen zijn in twee soorten op te delen; gevolgen voor de gezondheid van renners en gevolgen voor wedstrijduitslagen.

Laten we met de gevolgen voor de renners beginnen en dan vooral de Nederlanders. Daar kunnen we bij Kuiper en Van der Velde kort in zijn. Zoals de laatstgenoemde al zei, heeft hij heel zijn carrière lang weinig problemen gehad en is hij nooit geblesseerd geweest. Ook Kuiper heeft maar kort last gehad van de zware inspanningen in de Ardennen. Een week later fietste hij alweer gewoon rond volgens eigen zeggen.

Lubberding daarentegen heeft nog een heel lange tijd last gehad van de Luik-Bastenaken-Luik 1980; namelijk twee jaar. Lubberding liep een chronische verkoudheid op. Die verkoudheid liep hij op door de kou van die dag en door een onderliggende ziekte was zijn lichaam niet in staat om die verkoudheid te bestrijden. Ik bleek namelijk problemen in mijn gebit te hebben. In een van mijn jaren bij de amateurs heb ik een ongeluk gehad. In een wedstrijd brak mijn stuurpen af en toen kwam ik met mijn mond op het stuur terecht. Daarbij braken mijn kaak en verschillende tanden. Ik ben daarna heel snel geopereerd en snel weer gaan fietsen en trainen. Dat is achteraf niet goed geweest, maar ik wilde graag koersen. Het was mijn passie en ik wilde ook graag rijden voor mijn team, maar mijn eigen batterij laadde in de loop van tijd steeds minder goed op. Na zo’n race als LBL duurde het een week voor ik weer een beetje energie had, maar veel was het niet.

Die verkoudheid had er bijna voor gezorgd dat Lubberding een aantal van zijn grote overwinningen niet had behaald. Hij overwoog te stoppen met koersen, omdat niemand hem kon vertellen waar hij last van had. Ik ben maanden lang van specialist naar specialist gegaan en niemand wist wat er aan de hand is. Ik heb uiteindelijk een laatste strohalm gepakt en me door een acupuncturist laten doormeten. Daarbij kwam aan het licht dat het niet goed zat in mijn gebit. Bij vijftien tanden had ik last van ontstekingen, waar ik geen pijn van had. Als je lichaam daartegen moet vechten, dan kost dat veel energie, die je niet in het wielrennen kan steken. 

Lubberding kreeg van zijn ploeggenoten de bijnaam ‘De Rochelaar’. Ik moest een paar keer per avond mijn nest uit om mijn kop leeg te halen. Ik kon ook niet slapen, want ik ademde door mijn neus ‘s nachts en dat kon dus niet. 

Door de verkoudheid werd Lubberding geconfronteerd met een groot probleem. Door het zoeken naar de oorzaak werden de gebitsproblemen en ontstekingen opgespoord en aangepakt waardoor hij zijn carrière kon vervolgen. Zijn ziekte heeft uiteindelijk een goed gevolg gehad, als ziet hij dat niet zo. Die verkoudheid en die val hebben samen wel drie jaar van mijn carrière beïnvloed. Uiteindelijk is het goed gekomen, maar dat was wel flink afzien in die periode.

Toch ziet ook hij wel een positieve kant aan dit alles, want hij heeft een touretappe gewonnen door zijn verkoudheid. Ik heb er ook wel eens voordeel van gehad. Er was een touretappe die in Luik aankwam. Ik had het heel de dag zwaar. Ik kreeg geen zuurstof en dus had ik slechte benen. Maar het was warm die dag en aan het einde kwam ik er doorheen. Ik kreeg weer lucht en voelde me sterker. Daardoor kreeg ik energie en was ik de beste in de finale. Die etappe was de derde etappe van de Tour van 1980 op 26 juni. Iets meer dan twee maanden na de sneeuwstorm in Luik.

Een andere belangrijke renner om onder de loep te nemen is Bernard Hinault. De winnaar heeft aangegeven dat hij nog altijd allebei zijn middelvingers niet goed kan bewegen en dat ze zeer doen. Hij heeft last van de gevolgen van ‘frostbite’ of bevriezing.

Frostbite
Schade aan de huid en zenuwen die ontstaat door extreem lage temperaturen wordt ook wel frostbite of bevriezing genoemd.Het kan volgens de Universiteit van Maryland ook ontstaan bij temperaturen boven nul, wanneer een strakke wind zorgt voor een gevoelsmatig zeer lage temperatuur. De aandoening lijkt ontzettend op het verbranden van huid, maar dan door de kou. Een mens kan blaren krijgen op de aangetaste gebieden en als de kou verder doordringt in het lijf kunnen ook zenuwen en zelfs spieren of gewrichten aangetast worden. Mensen die te maken hebben gehad met bevriezing, zijn later vatbaarder voor koude temperaturen. Zij krijgen eerder pijn aan de gebieden die in eerste instantie bevroren zijn geweest.

Bevriezing wordt net als verbranding ingedeeld in vier verschillende gradaties. De eerste graad heeft de bijnaam frostnip. De huid gaat tintelen en de aangetaste plekken gaan pijn doen. Deze symptomen zijn vaak niet permanent, maar van korte duur. De tweede graad is serieuzer. Daarbij ontstaan meestal blaren op de huid en kan er sprake zijn van permanente schade.

Het lijkt er op dat Hinault last heeft van tweedegraads bevriezing, al kan hij ook last hebben van de derde graad. Daarbij wordt de huid hard, ontstaan er blaren en is permanente zenuwschade hoogstwaarschijnlijk, waarbij ook aansturen moeilijk is. De laatste graad zorgt voor alle voorgaande symptomen, maar daarnaast worden ook spieren en gewrichten ernstig aangetast. Het aangetaste weefsel, of het nu spieren of zenuwen of gewrichten zijn, gaat ‘dood’. Het dode weefsel moet operatief verwijderd worden of een ledemaat moet geamputeerd worden.

Zoetemelk
Maar hoe staat het dan met de uitslagen van de rest van het seizoen? Op sommige fora en in gesprekken tussen wielerfanaten wordt nogal eens beweerd dat de inspanningen van Hinault in LBL ervoor hebben gezorgd dat hij in de Tour de France van datzelfde jaar moest opgeven. Daardoor zou Joop Zoetemelk een zware concurrent minder hebben gehad in zijn zoektocht naar de eindzege in de Tour.

Dit lijkt echter zeer onwaarschijnlijk. Zware schade door frostbite moet over een langere periode helen en de pijn en klachten zorgen kort na het ontstaan van frostbite voor de grootste problemen. Binnen een maand na Luik-Bastenaken-Luik stond Hinault aan de start van de Ronde van Italië. Niet alleen won hij daar een etappe, hij reed ook nog eens vier keer naar een podiumplek en, nog indrukwekkender, hij won die ronde. Iemand met een zware blessure zou daartoe niet in staat moeten worden geacht. Daarnaast is het zo dat de gewrichtsschade pas ontstaat bij bevriezing in de vierde graad. De behandeling is dan vrijwel altijd verwijderen van het aangetaste gebied, iets wat bij Hinault duidelijk niet gebeurd is.

Kuiper gelooft deze verhalen ook niet en wijst de vijfde etappe van de Tour aan als oorzaak voor de opgave van Hinault. Dat jaar zijn we elkaar ook tegengekomen in de touretappe naar Lille. Die etappe startte in ironisch genoeg wel in Luik en ging naar Lille. Het parcours leek sterk op dat van Parijs-Roubaix. De renners moesten lange en zware kasseienstroken verwerken en stuiterden van links naar rechts over de weg. Zo ook Hinault, die helemaal niet van kasseien hield. Kuiper liet zich die dag niet tegenhouden door de kinderkoppen en reed weg van de rest van de favorieten, dwars door de stromende regen.

Hinault was uiteindelijk als enige in staat om mee te gaan met Kuiper en samen zouden ze twee minuten pakken op de andere klassementsmannen. Kuiper kan zich die dag nog goed voor de geest halen. Het was ook echt bar en boos. Daar hebben we goed huisgehouden en was hij uiteindelijk net sterker dan ik. Daar is hij denk ik veel te diep gegaan, maar het is moeilijk om precies aan te geven waar dat zoiets misgaat. Een sterk lichaam kan altijd meer hebben.

Het lijkt dus sterk overdreven om te zeggen dat Zoetemelk de Tour won door de afwezigheid van Hinault. De Fransman zelf lijkt ook niet lang last te hebben gehad van zijn knie en de bijbehorende problemen. De beste man vulde na 1980 zijn palmares nog aan met de ene na de andere indrukwekkende overwinning.

Hoe Hinault geschiedenis schreef

Het is 20 april 1980. Het is een dag waarop de meeste ervoor kiezen binnen te blijven. Zeker in en om Luik. Het kwik hangt een paar graden boven nul, al is hier gevoelsmatig weinig van te merken. De renners zijn stuk voor stuk gehuld in winterkleding. Geen enkele arm is onbedekt en blote benen zijn ook niet te ontrafelen bij de renners. Het weer is slecht. Bar slecht.

Toch moet er gekoerst worden. Het peloton van 174 renners heeft een tocht van rond de 260 kilometer voor de boeg. Eerst vanuit Luik het relatief gemakkelijke eerste gedeelte en dan terug draaien in Bastogne om via het heuvelachtige landschap van de Ardennen weer terug te rijden naar Luik. Op zich is het parcours overleven al een prestatie van formaat. Geen meter is er vlak; alles is óf steil omhoog óf omlaag en ertussen is het vals plat.

Vals plat is nog nooit een beter omschrijving geweest voor de route van Luik-Bastenaken-Luik als dat jaar. Zeker omdat de weg vrijwel niet zichtbaar is. Het ‘makkelijke stuk’ wordt namelijk ongenadig zwaar voor het peloton. De renners krijgen te maken met een ware sneeuwstorm op de route. In korte tijd valt er meer dan tien centimeter sneeuw. Hoe zij weten dat het zoveel is? De renners spreken van sneeuwbakken langs de route en op de takken van de bomen blijft een dikke laag wit poeder achter. Het publiek langlauft met de renners mee. Een stukje mee rennen is er niet bij. Het publiek is net zo verkleumd als de renners.

Die zijn het al snel beu. Van de 174 gestarte fietsers, besluiten 101 om er na 70 kilometer koers de brui aan te geven. Te koud. Veel simpeler kan een reden voor opgave niet zijn. De andere 73 bikkelen door en hopen de streep te halen. Voor veel van hen blijkt dat een onmogelijk doel.

Koersverloop
Betekent dit dat de renners niet koersen, dat het geen wedstrijd is? Natuurlijk niet. Rudi Pevenage legt zich niet bij de weersomstandigheden neer en demarreert op een van de vroege hellingen uit het peloton. Nog 125 kilometer voor de boeg en de Fransman plaatst een versnelling, ongetwijfeld hopend dat een andere renner in zijn wiel springt. Deze mazzel heeft hij echter niet. Solo, 125 kilometer door de naweeën van een sneeuwstorm. Televisie-kijkend publiek zet een extra pot koffie op en slaat een derde deken om de schouders. Arme jongen, moeten veel moeders denken bij het zien van Pevenage.

Een van de renners die dat niet denkt, is Bernard Hinault. Op de Stockeau, al wordt daar door betrokkenen aan getwijfeld, rijdt de Das weg van een klein groepje dat zich het peloton mag noemen. Het is niet groter dan een fietsgroepje dat eens in de week zijn rondjes rond het dorp afwerkt. Na de wedstrijd vertelt Hinault dat hij het koud had en zichzelf een beetje wou opwarmen. Zijn concurrenten zitten vrijwel allemaal in de groep en niemand probeert mee te springen. De Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd met onder andere Van der Velde, Lubberding en Zoetemelk. Geen van hen pakt het wiel van de Fransman. Van der Velde geeft later aan dat hij niet beter was en niet mee kon springen met Hinault. Lubberding tijdt een hoog tempo en weet zich los te maken van het pelotonnetje, maar hij valt sterk terug nadat hij na een half uur achtervolgen geen benzine meer in de tank heeft. Hongerklop en het is over. Zoetemelk rijdt mee op kop in het peloton om wat terug te doen, maar het gat met Hinault wordt alleen maar groter.

De motor van Kuiper
De grote afwezige in de groep der favorieten is Hennie Kuiper. Hij mist de slag om mee te zitten door een motor van de organisatie. Kuiper is in vorm, rijdt goed mee van voren vanaf Bastenaken en wil zijn kans wagen in deze bevroren editie van ‘La Doyenne’, maar aan de voet van een van de eerste hellingen na Bastenaken gaat het mis. Kuiper zit vooraan in de groep der favorieten en draait als een van de eersten een helling op. Welke precies weet hij niet meer. Wat hij wel weet, is dat de motorrijder te kort voor hem zit en de zware machine trekt de helling niet. De motor komt niet vooruit. Kuiper, in het wiel van de motor, dus ook niet. Hij moet afstappen, uitklikken en wachten. Daarna moet hij vanuit stilstand tegen een pijnlijk steile helling aanrijden. Onbegonnen werk. Hij verliest tijd en moet in de achtervolging. Succesvol, want hij keert terug bij de andere favorieten, maar daar is Hinault dan al weg.

Diezelfde Hinault heeft inmiddels een riante voorsprong bij elkaar gefietst en de energie bij de achtervolgers is dan allang op. Kuiper rijdt uit pure frustratie weg uit het peloton. Zo kwaad op de motor dat hij blind van woede een paar harde snokken aan zijn fiets geeft en met grote klappen wegrijdt van de andere kanshebbers. Al is het woord kanshebber dan al een ernstig overdreven woord.

De manier waarop Hinault zijn overwinning viert is veelzeggend; hij doet niks. Ver voor de streep klikt hij zijn schoenen los van het pedaal en bolt uit naar de streep. Geen handen in de lucht, geen schreeuw van vreugde en niet wijzen naar de sponsor. Gewoon inpakken en wegwezen.

Hinault heeft aan de finish 9’24 minuut voorsprong op Hennie Kuiper. Ronny Claes verliest de sprint voor de tweede plaats. Na Hinault duurt het 27 minuten voor de Noor Jostein Willmann over de finish komt. Hij wordt 21ste en laatste, nadat de rest van de renners heeft opgegeven of buiten tijd eindigt.

Kijk hier naar de samenvatting die Sporza van deze wedstrijd maakte.

De hongerklop van Lubberding

Veel renners stapten al af bij de bevoorrading in Bastenaken. Een selecte groep voelde zich daar nog goed genoeg om door te rijden, maar voor sommigen zou dat snel veranderen. Eén van hen is Henk Lubberding.

Wie het finishformulier opzoekt, ziet zijn naam op de 13e plaats, maar als het aan Lubberding had gelegen dan had hij de koers helemaal niet uitgereden. Bij aankomst in Luik moet je nog een lus door de stad. Maar voor die lus begon, kwam je langs het hotel waar wij als ploeg sliepen. Ik was er wel klaar mee en wilde meteen het hotel in duiken en niet eens de ronde afmaken, maar Mutters wilde finishen. Hij had mij zo goed geholpen, dat ik hem niet in de steek wilde laten en dus ben ik doorgefietst. 

Om te snappen waarom Lubberding er doorheen gesleept moest worden, is het belangrijk om te kijken naar hoe zijn race is verlopen. Hij heeft nog een heel duidelijk beeld van het wedstrijdverloop en zijn eigen afzien.  Over het weer is Lubberding kort. Het was uiteraard koud en ik was wel wat gewend, maar dit was wel heel extreem. 

Over zijn ervaring weet hij een stuk meer te vertellen. Vooral vanaf het moment dat Hinault de wedstrijd in brand stak. Ik ben achteraf verbaasd dat niemand reageerde op Hinault. Hij reed weg en niemand probeerde mee te gaan. Ze zaten er allemaal bij als dode mussen en dat terwijl het weer tot dan toe best oké was. Het was geen goed weer, maar die zware sneeuwval en de kou kwamen pas nadat we terugdraaiden naar Luik.

Ik ben zelf weggesprongen, maar ik kwam er niet bij. Ik heb denk ik een half uur lang op zo’n 150 meter van hem gereden, maar ik kreeg het gat niet dicht. Op een bepaald moment kwam Ludo Peeters nog in mijn wiel, maar hij nam niet over. Ik heb hem tijdens de wedstrijd gevraagd of hij niet wilde of kon overnemen, maar hij zei: “Ik kan echt niks.” In mijn eentje kwam ik er ook niet bij en door dat harde rijden had ik geen tijd om te eten. Ik kreeg een hongerklop en viel meteen hard terug. Ik werd zelfs door het groepje waar ook Kuiper in zat weggereden. 

Het scheelde niet veel of Lubberding had er de brui aan gegeven. Het klassieke beeld van de moegestreden wielrenner komt voorbij. Ik kon niet meer. Ik zigzagde wat over de weg en had geen energie meer. Toen kwam Stefan Mutters achterop rijden en die vroeg hoe het met me ging. Hij heeft me al zijn eten gegeven, zodat ik weer wat energie had. Hij vroeg me of ik met hem LBL wou uitrijden, want dat wilde hij graag, maar niet alleen. Mutters was een eerstejaarsprof toen, geloof ik, en ik was goed bevriend met hem. Hij bleef bij mij thuis slapen wanneer we wedstrijden in Nederland en België hadden. Ik heb met veel renners een band, maar met hem had ik echt een hele goeie band. Dus toen hij dat vroeg, besloot ik met hem uit te rijden. 

Van de finish in Luik kan ik me niet veel herinneren. Ik was helemaal verkleumd en kon niks meer. Ik heb niks meegekregen van publiek, of dat er nu wel of niet stond en van hoe ik ontvangen werd.

Vriendschap heeft Lubberding een plek in de geschiedenis bezorgd van deze wedstrijd. Ik heb het echt helemaal voor hem gedaan, want ik reed niet voor ereplaatsen. Ik ben een echte ploegman. Als ik niet zelf kon winnen, reed ik me wel leeg voor anderen die wel konden winnen. Zonder problemen. Maar in die editie waren we kansloos. Ik kon niet winnen en niemand van mijn ploeg kon winnen. Dus dan ga ik me niet leeg rijden. Er kwamen nog genoeg koersen. En je moet ook niet vergeten, ik wist niet hoeveel renners er voor me reden. Ik weet dat Hinault weg was, maar hoe groot dat peloton was en wie erbij zaten, geen idee.

Het sterke lichaam van Van der Velde

Klik in tekst hieronder op de oranje tekst om Van der Velde zelf te horen.

In de groep die Hinault achtervolgde, reden meerdere mannen van TI-Raleigh. Deze ploeg domineerde het mondiale wielrennen in die jaren. Dat werd het meest duidelijk in de Tour de France van 1980. Joop Zoetemelk wint die editie, maar zijn ploeg behaalde ook nog eens twaalf etappe-overwinningen. De equipe van Peter Post was oppermachtig. Een van de speerpunten uit die ploeg en de latere winnaar van de jongerentrui in de Tour van ’80 is Johan van der Velde. De Nederlands kampioen van dat jaar deed ook mee in Luik-Bastenaken-Luik en werd daar uiteindelijk negende, 12 minuten en 35 seconden na Hinault.

Koers
Tegenwoordig is Van der Velde betrokken bij Team Roompot. Tijdens de tijdrit in de Eneco-tour in Breda maakt de oud-prof tijd vrij voor vragen over de ploeg en zijn werk. Op het rangeerterrein van de bussen is het een drukte van jewelste bij veel verschillende teams. Uiteraard bij Lotto-Jumbo NL, de grootste Nederlandse ploeg, maar ook andere internationale teams krijgen flink de aandacht van de bezoekers. Bij Roompot is het wat rustiger. Renners maken zich op tijdritfietsen klaar voor hun tocht of liggen in de bus nog wat te slapen of uit te rusten voordat zij aan de bak moeten.

De ploegleiders en betrokkenen zijn stuk voor stuk oud-wielerprofs met een schitterend palmares. Zo ook Johan van der Velde die op zijn gemak voor de bus van de ploeg staat om te vertellen over het tactisch plan van de rest van de Eneco-tour. Zo af en toe wordt het gesprek onderbroken door een wielerfan die ooit bij een van zijn overwinningen is geweest en hem daar nog even een compliment over wil geven.

Wanneer hij zijn ronde heeft gedaan langs pers, fans, en vrienden, maakt hij tijd vragen te beantwoorden over de helse tocht van 1980 Het verhaal van Luik-Bastenaken-Luik is weer eens wat anders om over te vertellen dan de gang van zaken bij zijn ploeg. Al snel rakelt hij een aantal zaken over die editie op. 260 zware en koude kilometers

Waar sommige plezierfietsers bij een druppel regen al niet vertrekken, vond Van der Velde de omschreven omstandigheden wel prettig om in te koersen. Mijn wedstrijden.

Sterker nog, hij haalde motivatie uit de barre omstandigheden. De helft is al geklopt

Toch heeft de kou wel vat gehad op de renner. Kapot en verdoofd.

Luik als spookstad
Volgens de overlevering was Luik compleet verlaten wanneer de renners finischen. Alleen bij Hinault stonden de mensen langs de kant te kijken. Daarna dook iedereen de kroeg in om warmte te zoeken na de barre dag. Het lijkt een verhaal dat steeds heroïscher is gemaakt door de fans. Of toch niet? Verschrikkelijk streng én koud.

Van der Velde zijn naam verschijnt op de 9de plaats in het wedstrijdverslag en hij kijkt daar ook enigszins tevreden op terug. Hij kon gewoonweg niet beter en ook niet met Hinault mee. De best mogelijke uitslag

Hinault reed solo weg, met nog 80 kilometer te gaan. Normaal gesproken is zo’n poging onmogelijk. Maar voor Hinault golden andere wetten. Een heel aparte renner.

Waarom Van der Velde het niet zo erg vond om in de kou te fietsen, wordt een stuk duidelijk als hem naar de gevolgen van die dag wordt gevraagd. Lubberding hield een chronische verkoudheid over aan die wedstrijd en Hinault verloor het gevoel in twee vingers. Van der Velde schaart zich in dezelfde hoek als Kuiper. Hij heeft nergens last van gehad. Op de vraag hoe dat komt, antwoordt hij kort: Sterk lichaam. Ja. Verder haalt hij alleen zijn schouders op. Nooit blessures gehad.

Later in zijn bestaan als wielrenner durft Van der Velde zelfs te zeggen dat hij de helse tocht door de Ardennen als een voordeel kon gebruiken. Zwaarder wordt het niet.

Kuiper: ‘Ik had meegekund met Hinault’

Hinault wint in Luik in 1980. Hij wordt gehuldigd en het boek van die editie wordt dichtgeslagen. De wedstrijd is dan nog niet over. Eén voor één druppelen de andere renners binnen. Op gepaste afstand. Hinault heeft in 80 kilometer een gat van meer dan tien minuten geslagen. Iemand heeft de twijfelachtige eer om tweede te worden achter deze grootheid. In 1980 was die eer voor een Nederlander: Hennie Kuiper.

Het is een maandagavond en ik zit tot mijn oren in de papieren om meer te weten te komen over die editie. Rond half vijf die dag zijn de lijntjes naar de wielrenners uitgezet, in de hoop een paar van Nederlands grootste wielrenners ooit te spreken. Ik word van mijn werk afgehaald voor het avondeten. Dat moet ook gebeuren. Spaghetti, voer voor fietsers, al was ik niet meer van plan om die dag op mijn eigen fiets te klimmen.

De telefoon gaat. Aan tafel wordt gefronst en wat geroepen in de trant van ‘we zitten te eten, kan dit niet wachten?’. Onbekend nummer, het staat niet in mijn telefoon en ik herken het ook nergens anders van. “Goedenavond, met Thijmen Alleman”, is mijn standaard manier van opnemen. “Goedenavond. U spreek met meneer Kuiper.” Dat is onverwachts. Grofweg een half uur nadat hij mijn vragen heeft ontvangen, word ik gebeld door Hennie Kuiper. Winnaar van Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Ronde van Vlaanderen, de Ronde van Lombardije, twee keer tweede in het eindklassement van de Tour en nog veel meer leest de mail van zijns fans en neemt meteen te tijd voor een gesprek. Niet over een van zijn grootste overwinningen of over de huidige generaties wielrenners. Nee, over zijn grootste gemiste kans, want zo kijkt Kuiper nog altijd naar Luik-Bastenaken-Luik. Die won hij nooit, ook niet in 1980.

Als snel praten we over die wedstrijd en specifiek die editie. Hij blikt terug op die wedstrijd, alsof hij hem gisteren reed. Het is een superwedstrijd. Een van de grote, zware koersen in het wielrennen. En die editie helemaal. Je moet altijd een stuk vanuit Luik rijden tot je echt aan de wedstrijd begint. Dat liep wel redelijk. Zelfs tot Bastogne viel het wel mee. Daarna werd het pas echt slecht. Daar draaiden we de Ardennen in en lag er ontzettend veel sneeuw.

Opvallend is dat Kuiper lijkt te zijn vergeten dat ze de eerste helft van de wedstrijd door een sneeuwstorm zijn gereden. Op de vraag of hij zich dat herinnert antwoordt hij:  Natuurlijk, maar de kou sluipt pas later in je lijf. Meer dan honderd wielrenners zijn het hier met Kuiper waarschijnlijk niet over eens. Door de lage temperatuur en de sneeuwstorm zijn zij halverwege de wedstrijd al afgestapt.

Kuiper schetst zelf hoe de wegen erbij lagen buiten Bastenaken. Ik heb takken gezien waarop misschien wel tien centimeter sneeuw lag. Langs de route was het rustig. Veel mensen waren thuis gebleven vanwege de kou. De mensen die er waren, langlauften langs de route die wij reden. Ik bedoel niet dat ze moeite moesten doen om te lopen, sommigen liepen letterlijk op latten door de sneeuw. Toen wij later in Luik aankwamen, waren de straten verlaten. Mensen zaten in de kroeg, op zoek naar warmte en wij kwamen verkleumd over de streep.

De kou en het gebrek aan publiek zijn niet de belangrijkste zaken die Kuiper zich herinnert van die dag. Ik voelde me goed. Ik reed voor mijn gevoel ook goed.  Daardoor zat ik ook op kop toen we na Bastenaken een van de heuvels op draaiden. (Waarschijnlijk de Rue de la Saint Roche, red.) De motor voor mij zat er te dicht op. Hij kon niet doorrijden en ik dus ook niet. Daardoor kwam ik stil te staan. Ik zat vast in mijn pedalen en moest van mijn fiets af. Het was sowieso een stuk waar ik een hekel aan had. Daarna moest ik in mijn eentje die berg op en in de achtervolging.

Toen ik terugkwam bij de ‘grote’ groep was Hinault al weggereden op de Stockeau. In de groep zaten meerdere mannen van TI Raleigh. Ik zat op dat moment bij Peugeot. Dus ik dacht ‘laat die mannen maar rijden’. Daar komt bij dat ik natuurlijk net terug was komen aansluiten. Maar het gat met Hinault werd alleen maar groter en niet kleiner. Het ging al snel van 30 seconden naar 2 minuten. Uiteindelijk ben ik op de Col de la Redoute nog gedemarreerd. Met Claeys. Inmiddels weten we dat Kuiper niet meer bij Hinault zou geraken. Hij strandde op 9 minuten en 24 seconden van de winnaar.

En dat zit hem nog steeds dwars. Ik was zelf altijd wel een man van de hoge doelen en de extremen. Ik had La Doyenne graag gewonnen en ik denk dat ik die dag met Hinault had meegekund. Wat het dan aan de streep wordt, kun je niet zeggen, want na zo’n lange zware koers telt het niet wie de beste sprinter is. Maar ja, de winnaar heeft altijd gelijk en Hinault is een groot winnaar.

Als je kijkt naar grote en zware wedstrijden, dan zijn de winnaars altijd goede en sterke renners. Je moet het zo zien. Klassiekers worden altijd gewonnen door echte kampioenen, maar op diezelfde dag verliezen nog veel meer kampioenen een wedstrijd.

Daarmee sloot Kuiper zijn verhaal af. Niet de sneeuw, niet de kou en niet de andere renners zijn wat hem het meest bij zijn gebleven, maar die verdomde motor die hem zijn zege ontnam.

Mijn zoektocht naar de heroïek van Luik-Bastenaken-Luik

Het is 23 april 2016 en ik hang op de bank. Heel de dag. Waarom? Het is Luik-Bastenaken-Luik, de laatste van de voorjaarsklassiekers. Voor wie ik erbij moet zeggen dat het om wielrennen gaat; schaam je! Al jaren ben ik fan van deze sport waarin mensen zich in de vroege ochtend in weer en wind op een fiets hijsen en zich in een uur of zes tijd helemaal total loss rijden. Vroeger keek ik de finales, maar al een paar jaar ben ik zelfs verslaafd aan de uren gevuld met niets. Op Sporza beginnen José de Cauwer en Michel Wuyts zoals altijd al vroeg met speculeren, terugblikken, uitleggen en vooral veel verhalen vertellen.

Maar terug naar Luik. Of Bastenaken. Geen idee waar de renners precies zitten. Ergens in de Ardennen. Een groepje heldhaftige naïevelingen rijdt op kop. Waarom naïevelingen? Laat ik aan de niet-wielerfans even uitleggen hoe een klassieker verloopt. De renners starten en gedurende een uur knokken de mindere goden om een plek in de kopgroep. Die groep heeft de ondankbare taak om heel de dag kneiterhard te fietsen en uiteindelijk met lege handen naar huis te gaan. Want in het laatste gedeelte van de race worden ze roemloos voorbij gereden door de kopmannen.

Zo ook deze editie. En zodra de kopgroep is ingelopen door het pelotonnetje, begint het grote gokken. Waar rijd je als favoriet weg? Gok je op je sprint? Heb je nog knechten om druk te zetten? Wuyts en De Cauwer hebben genoeg om te roepen nu. Op de allerlaatste klim, redelijk vroeg al, rijdt er een groepje weg met Wout Poels. Het stille hopen dat Nederlanders al jaren doen, begint weer. Gaat een Nederlander een klassieker winnen? Het is een spel waarbij om en om geprobeerd wordt om de andere renners te lossen. In de laatste bocht gaat Poels vol aan. ‘Te vroeg!’, roep ik door de woonkamer en sla mijzelf voor het hoofd. Maar hij was niet te vroeg. Poels is zo sterk dat hij als eerste over de streep komt en Nederland wordt gek. Althans, zo zie ik het.

Mijn vader, net zo’n groot wielerfan, zit te morren in zijn stoel. Ik moet even uitleggen waarom mijn vader mort. Hij houdt van wielrennen. Is er verzot op. Volgt alles en kijkt alles en weet verschrikkelijk veel. Maar hij houdt vooral van het oude wielrennen. Toen ‘wij Nederlanders’ onderling bepaalden wie welke wedstrijd won. Tenminste, wanneer wielergod Eddy Merckx het toestond. Het hedendaagse wielrennen doet mijn vader minder en ik heb dan ook vaak discussies met hem over hoe goed of slecht de Nederlanders zijn. Het is verworden tot een spel waarin ik hem ermee pest wanneer een Nederlander iets gewonnen heeft en hij foetert dan dat het mazzel is. Allebei lachen we er hartelijk om.

Hij mort ook omdat wielerjournalisten over elkaar heen vallen om te zeggen hoe geweldig de prestatie van Poels is en hoe heroïsch zijn verhaal is. Niet dat hij het er niet mee eens is, maar hij plaatst alles in een historisch perspectief. Al snel volgen de woorden die mij zouden inspireren tot de zoektocht die jullie hier lezen. ‘Weet je wat heroïsch was? Hoe Hinault in 1980 won! Dat was koers! Dat was strijd! En dat was heroïek!’

En zo begon mijn zoektocht. Een zoektocht die uiteindelijk het verhaal vertelt van een wedstrijd van rond de 260 kilometer, dwars door een sneeuwstorm heen verreden, met langlaufende fans langs de kant en met een stad die er verlaten bijlag toen de meeste renners aankwamen.

Inhoud
Het verhaal dat hier volgt is er een met verschillende gezichten. Allereerst probeer ik een grove schets te maken van het wedstrijdverloop. Vervolgens doen een vriend en ik aan participerende journalistiek door zelf af te zien in de heuvels van de Ardennen voor een video. Daarna volgen de interviews met betrokkenen Kuiper, Lubberding en Van der Velde. Bij die laatste zijn stukjes audio in de tekst verweven. Tot slot werp ik een blik op de gevolgen van die dag, blessures door de kou maar ook voor de carrière van renners, voor zover dat mogelijk is.

Hierbij maak ik gebruik van verschillende typen verhalen, maar er lijkt daarbij geen sprake van verschillende genres. De reden daarvoor is, denk ik, het gebruik van zoveel mogelijk sfeer. Ik heb geprobeerd om de lezer in het verhaal te trekken en mee te nemen naar die wedstrijd en naar de gesprekken met de wielrenners. Door de constant aanwezige sfeerelementen lijkt geen sprake meer te zijn van verschillende genres, buiten het laatste verhaal over de gevolgen van de kou om. Daarbij wou ik bewust een onderzoeksverhaal neerzetten om de hele productie meer gewicht te geven.

Om toch aan te kunnen tonen dat ik ook een andere stijl van schrijven aan kan nemen, link ik hier door naar een productie die ik eerder dit jaar gemaakt heb voor mijn werk. Deze productie gaat over hoe mensen naar de kunstenaar Jeroen Bosch en zijn werk kijken. Hierbij maak ik gebruik van een hele andere stijl van schrijven die zich meer richt op het verklaren en uitleggen dan op gevoel en sfeer.

De longread is te vinden op http://braka.nl/jblongread/index.html

Tool
Alle verhalen zijn samengebracht in de Storymap-tool van Knightlab. Ik heb gekozen voor deze tool omdat ik er al wat ervaring mee heb door eerdere projecten en mijn werk bij het Brabants Dagblad. Zijn er andere en misschien wel betere tools op de markt? Dat zou zomaar kunnen. Je zou bijvoorbeeld eenzelfde productie kunnen maken in Prezi met andere mogelijkheden voor de vormgeving dan bij Storymap. Ik vond echter het routekaart idee voor deze productie een mooie symboliek aangezien ikzelf als afstuderend journalist op een reis was, maar ook omdat de renners op reis waren door het barre landschap. Daarbij zijn online een grote hoeveelheid tools te ontdekken met eenzelfde functie die net iets anders werken of net iets anders bieden. Het is echter onmogelijk om ze allemaal te beheersen en dus heb ik gekozen voor eentje die ik redelijk beheers.

Bij deze tool liep ik wel tegen het probleem aan dat hij niet gevoelig is voor de afmetingen van foto’s. Daardoor zijn de foto’s in een vorm gepropt. Helaas heb ik niet de beschikbaarheid over een groot aantal foto’s van deze renners en was ik afhankelijk van foto’s die rechtenvrij te gebruiken zijn en die waren niet in verschillende formaten beschikbaar. Dat zijn zaken die het geheel er mooier uit kunnen laten zien.

Tijd
Een andere zaak die belangrijk is in het beoordelen van deze productie is de tijd waarin het idee is ontstaan en de tijd waarin het idee is uitgevoerd. Na mijn stage, die afliep eind februari van dit jaar, begon het laatste project op de FHJ; O&I. Het was voor mij de bedoeling om dit project te combineren met werk voor het afstuderen en om in mei alles in te leveren en daarna af te studeren. Ik werd helaas geconfronteerd met het feit dat ik voor de zesde keer tijdens mijn opleiding geopereerd moest worden aan mijn been. Het idee voor de productie is wel destijds ontstaan, namelijk na de overwinning van Poels, zoals hierboven ook al beschreven staat. Ik heb er toen voor gekozen om niet in die periode af te studeren en alles te zetten op de volgende kans in november. De ideeën zijn wel blijven liggen en dus komt een verhaal over een voorjaarsklassieker nu minder goed over. Het was beter geweest als dit verhaal rond de klassiekers was verschenen of zelfs ervoor als verhaal om mensen lekker te maken voor de wedstrijd.

Quotes
Een laatste ding dat ik nog wil verantwoorden, met name voor de taalkundigen, is mijn manier van het aanhalen van quotes. Natuurlijk schrijven de taalregels voor dat daarbij gebruik gemaakt wordt van aanhalingstekens voor en na een quote. Daar ben ik me van bewust, maar ik vond het qua vormgeving mooier om mijn quotes te verwerken zoals ik heb gedaan. Daarmee neem ik een risico dat het voor de lezer niet duidelijk is dat iemand iets zegt in plaats van dat ik het beweer, maar volgens mij is de lezer slim genoeg om het verschil te zien.